Zaterdag 23 en zondag 24 maart 2019

Eerste lezing; uit het boek Exodus 3,1-8a.13-15

Mozes zorgde voor de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan.

Op een dag ging hij met de dieren ver de woestijn in.

Hij kwam bij de berg Horeb. De Horeb was een heilige berg.

Daar kwam de engel van de Heer naar hem toe, als een vuur in een doornstruik.

Mozes zag dat de struik in brand stond, maar de struik verbrandde niet. Mozes dacht: Hoe kan dat?

Hoe komt het dat die struik niet verbrandt?

Ik zal eens gaan kijken.

Toen de Heer zag dat Mozes dichterbij kwam, riep hij vanuit de struik: ‘Mozes!’ ‘Ja, ik luister,’ antwoordde Mozes.

De Heer zei: ‘Kom niet dichterbij, en trek je schoenen uit.

Want je staat op heilige grond.

Ik ben de God van je vader, ik ben de God van Abraham,

Isaak en Jakob.’ Toen hield Mozes zijn handen voor zijn gezicht,

want hij durfde niet naar God te kijken.

De Heer zei: ‘Ik heb gezien hoe moeilijk mijn volk het heeft in Egypte. Ik heb gezien hoe ze onderdrukt worden, en ik heb gehoord hoe ze om hulp roepen. Ik weet hoe ze lijden.

Nu ben ik gekomen om ze te bevrijden uit de macht van de Egyptenaren.

Ik zal ze naar een land brengen waar nu andere volken wonen: het is een mooi, groot land.

En er is genoeg te eten en te drinken, meer dan genoeg voor iedereen.

Mozes zei: ‘Ik moet dus tegen de Israëlieten zeggen dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft.

Maar wat moet ik zeggen als ze vragen hoe die God heet?’

Toen zei God: ‘Ik ben degene die er altijd is.

Je moet tegen de Israëlieten zeggen dat ‘Ik ben er altijd’ je gestuurd heeft.

Dat zal mijn naam zijn.

Zo moeten ze mij voortaan noemen.

Ik ben de Heer, de God van hun voorouders,

de God van Abraham, Isaak en Jakob.’

Zo spreekt de Heer.

.

Lezing uit het Heilig evangelie volgens Lucas 13,1-9

Er kwam een groepje mensen naar Jezus toe.

Ze hadden een bericht over Pilatus.

Hij had een groep mensen uit Galilea vermoord in de tempel,

terwijl zij offers aan het brengen waren.

Toen zei Jezus: ‘Denken jullie dat die mensen slechter waren dan alle andere mensen uit Galilea?

Omdat ze op zo’n manier gestorven zijn?

Nee, dat is echt niet zo.

Jullie moeten je leven veranderen.

Anders zullen jullie allemaal op die manier sterven.

Laatst gingen er achttien mensen dood toen de Siloam-toren instortte. Denken jullie dat die mensen slechter waren dan alle andere mensen in Jeruzalem?

Nee, dat is echt niet zo.

Jullie moeten je leven veranderen.

Anders zullen jullie allemaal op die manier sterven.’

Toen gaf Jezus dit voorbeeld: ‘Iemand heeft een vijgenboom in zijn tuin geplant.

Elk jaar gaat hij kijken of er vijgen aan de boom zitten.

Maar hij vindt er nooit één.

Daarom zegt hij tegen de tuinman:

‘Ik kom nu al drie jaar bij die boom kijken.

Maar er zitten nog steeds geen vijgen aan.

Hak de boom maar om, want zo wordt de grond niet goed gebruikt.’

Maar de tuinman antwoordt: ‘Heer, laat de boom dit jaar nog staan.

Ik zal er extra goed voor zorgen.

Misschien zijn er dan volgend jaar vijgen.

Als dat niet zo is, dan kunt u hem volgend jaar omhakken.’’

Tot zover deze lezing uit het Heilig Evangelie.

 

© 2013-2014 Nederlands Bijbelgenootschap