Zaterdag 28 en 29 september 2019

Eerste lezing uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 6,11-16 

Timoteüs, jij bent een christen, en je moet geen slechte dingen doen. Doe je best om het goede te doen, om te leven als gelovige,

en om op God te vertrouwen.

Houd van de mensen, en wees geduldig en vriendelijk.

Blijf strijden voor het geloof!

Zorg dat je het eeuwige leven krijgt, waarvoor God je uitgekozen heeft.

Denk aan wat je beloofd hebt: dat je alles overhebt voor het geloof. Alle christenen waren erbij toen je dat hardop beloofde.

Timoteüs, doe alles wat ik je geschreven heb,

en doe dat op een volmaakte manier.

God, die aan iedereen het leven geeft, weet dat ik dat van je vraag.

En Christus, die open en eerlijk de waarheid vertelde aan Pontius Pilatus, weet dat ook.

Blijf alles doen wat ik je geschreven heb,

totdat onze Heer Jezus Christus komt.

God beslist wanneer dat zal zijn.

Want God is de volmaakte en enige heerser.

Hij is de hoogste Heer en koning.

Hij is de enige die eeuwig bestaat.

Hij woont in het licht, waar geen mens kan komen.

En geen mens heeft hem ooit gezien, of kan hem zien.

Alle eer en macht aan God, voor altijd!

Amen. 

Zo spreekt de Heer.

.

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Lucas 16,19-31

Jezus gaf dit voorbeeld aan zijn leerlingen:

‘Er was eens een rijke man.

Hij droeg de mooiste en duurste kleren, en hij vierde elke dag feest. Er was ook een arme man, met allemaal vieze wonden op zijn lichaam. Die man heette Lazarus.

Lazarus lag voor de deur van de rijke man.

Zo hoopte hij wat restjes eten te krijgen.

Maar hij kreeg niets.

Er kwamen alleen honden, die aan zijn wonden likten.

Op een dag ging Lazarus dood.

Engelen namen hem mee en brachten hem bij Abraham.

Lazarus mocht naast Abraham zitten.

Ook de rijke man ging dood en werd begraven.

Hij kwam in de hel en had heel veel pijn.

In de verte zag hij Abraham zitten, en daarnaast zat Lazarus.

De rijke man riep: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij!

Ik heb zo veel pijn in dit vuur! Stuur Lazarus naar me toe.

Laat hem met zijn vinger een druppeltje water op mijn tong leggen.’

Maar Abraham zei: ‘Mijn zoon, jij hebt het toch goed gehad tijdens je leven, terwijl Lazarus het slecht had?

Nu wordt hij getroost, maar jij moet pijn lijden.

Bovendien is er een diepe afgrond tussen ons.

Daardoor kunnen wij niet bij jullie komen,

en jullie kunnen niet bij ons komen.’

Toen riep de rijke man naar Abraham: ‘Wilt u Lazarus dan alstublieft naar mijn familie sturen?

Laat hem mijn vijf broers waarschuwen.

Anders komen zij ook in de hel, net als ik.’

Maar Abraham zei: ‘Je broers hebben de wet van Mozes en de boeken van de profeten. Laten ze daar maar naar luisteren.’

Toen zei de rijke man: ‘Maar daar luisteren ze niet naar!

Ze zullen hun leven pas veranderen als er een dode naar hen toe komt.’

Maar Abraham zei: ‘Je zegt dat je broers niet luisteren naar Mozes en de profeten. Dan zullen ze ook niet luisteren naar iemand die opstaat uit de dood.’’

Tot zover deze lezing uit het Heilig Evangelie

 

© 2013-2014 Nederlands Bijbelgenootschap