Zaterdag 25 en zondg 26 januari 2020

Eerste lezing uit de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korinte 1,10-13.17

Vrienden, luister naar wat ik van jullie vraag.

Jullie moeten samen een volmaakte eenheid vormen.

Dat is wat onze Heer Jezus Christus wil.

Vorm geen aparte groepen, en zeg niet allemaal iets anders over het geloof.

Ik heb gehoord dat jullie ruzie hebben met elkaar.

Dat hebben de mensen die bij Chloë wonen, mij verteld.

Sommigen van jullie zeggen:

‘Ik hoor bij de groep van Paulus.’

Anderen zeggen:

‘Ik hoor bij de groep van Apollos.’

Weer anderen zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Petrus.’

En dan zijn er ook nog mensen die zeggen:

‘Ik hoor bij de groep van Christus.’

Heeft iedere groep soms zijn eigen redder?

Nee, er is maar één redder: Christus!

Niet ik heb voor jullie aan het kruis gehangen, maar Christus!

En jullie zijn niet in mijn naam gedoopt, maar in de naam van Christus!

Christus heeft mij niet gestuurd om mensen te dopen,

maar om het goede nieuws van God te vertellen.

Dit is de boodschap die ik breng:

Jezus Christus is voor ons aan het kruis gestorven.

Zo spreekt de Heer.

.

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Matteüs 4,12-23

Johannes de Doper werd gevangengenomen.

Toen Jezus dat hoorde, ging hij terug naar Galilea.

Hij ging niet terug naar Nazaret, maar hij ging wonen in Kafarnaüm. Die stad lag bij het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali.

Dat moest zo gebeuren, want de profeet Jesaja had gezegd:

«Luister, gebied van Zebulon en Naftali, tussen de Jordaan en de zee! Luister, Galilea, land van de ongelovigen!

Het volk leeft nu nog in het donker, maar het zal een stralend licht zien.

De mensen leven nu nog in het land van schaduw en dood, maar ze zullen leven in het licht.»

Vanaf dat moment begon Jezus het goede nieuws te vertellen aan de mensen.

Hij zei: ‘Dit is het moment om je leven te veranderen,

want Gods nieuwe wereld is dichtbij.’

Op een dag liep Jezus langs het Meer van Galilea.

Daar zag hij twee broers: Simon,

die ook wel Petrus genoemd wordt, en Andreas.

Het waren vissers.

Ze gooiden hun netten uit in het water.

Jezus zei tegen hen: ‘Kom, ga met mij mee.

Ik zal jullie leren om mensen te vangen in plaats van vissen.’

Meteen lieten ze hun netten liggen, en ze gingen met Jezus mee.

Een eindje verder zag Jezus twee andere broers: Jakobus en Johannes. Hun vader heette Zebedeüs.

Ze zaten in hun boot netten te repareren, samen met hun vader.

Toen Jezus de twee broers riep, gingen ze meteen met hem mee.

Ze lieten hun vader in de boot achter.

Jezus reisde rond in heel Galilea.

In de synagogen gaf hij het volk uitleg over God.

Hij vertelde het goede nieuws over Gods nieuwe wereld.

En hij maakte alle mensen beter die ziek waren of pijn hadden.

Tot zover deze lezing uit het Heilig Evangelie

 

© 2013-2014 Nederlands Bijbelgenootschap