Zaterdag 18 en zondag 19 januari 2020

Eerste lezing; uit de profeet Jesaja 49,3.5-6

De Heer heeft tegen mij gezegd dat ik zijn dienaar ben.

Hij zei: ‘Jij zult de wereld laten zien hoe machtig ik ben.’

Toen zei de Heer tegen mij: ‘Jij bent mijn dienaar.

Dat was je al toen je nog in de buik van je moeder zat.

En dit is je opdracht: jij moet mijn volk bij me terugbrengen,

jij moet het volk weer bij elkaar brengen.

Ik zal je kracht geven en ik zal je beschermen.

Ja, jij moet de stammen van Israël weer bij elkaar brengen.

En je moet de Israëlieten die in andere landen zijn, terughalen.

Maar dat is niet genoeg, dat is niet je enige opdracht.

Nee, ik heb je uitgekozen om een redder te zijn voor alle volken.

Met jouw hulp zal ik alle mensen op aarde bevrijden.’’

Zo spreekt de Heer.

.

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes 1,29-34

De volgende dag zag Johannes Jezus aankomen.

Hij zei: ‘Kijk, daar is het lam van God, dat de zonde van de mensen wegneemt.

Over hem heb ik gezegd:

‘Na mij komt iemand die belangrijker is dan ik.

Want hij was er al veel eerder dan ik.’

Ook ik wist eerst niet wie hij was.

God stuurde mij om de mensen te dopen met water.

Nu weet ik waarom: Ik moest ook Jezus dopen.

Want iedereen in Israël moest zien dat hij Gods Zoon is.’

Johannes vertelde wat hij gezien had toen hij Jezus doopte.

Hij zei: ‘Ik wist eerst niet wie hij was.

Maar ik zag dat de heilige Geest uit de hemel naar Jezus toe kwam als een duif, en bij hem bleef.

En God had tegen mij gezegd:

‘Jij zult zien dat de heilige Geest uit de hemel naar iemand toe komt, en bij hem blijft.

Hij is degene die mensen zal dopen met de heilige Geest.’

Dat heb ik zien gebeuren.

En nu vertel ik aan iedereen dat Jezus de Zoon van God is.’

Tot zover deze lezing uit het Heilig Evangelie

 

© 2013-2014 Nederlands Bijbelgenootschap