Bijbellezingen tot en met 30 mei 2021

Zaterdag 17 en Zondag 18 april 2021 B-jaar, 3e zondag van Pasen

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes 2,1-5a

Vrienden, ik schrijf u
met de bedoeling dat gij niet zoudt zondigen.
Maar ook al zou iemand zonde bedrijven:
we hebben een voorspreker bij de Vader,
Jezus Christus,
die geheel zondeloos is,
die al onze zonden goedmaakt
en niet alleen die van ons maar die van de hele wereld.
Hoe weten wij dat wij God kennen?
Er is maar één bewijs:
dat we ons houden aan zijn geboden.
Wie zegt dat hij Hem kent
maar zich niet stoort aan zijn geboden
is een leugenaar;
in zo iemand woont de waarheid niet.
Maar in een mens die gehoorzaam is aan Gods woord.

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 24, 35-48

In die tijd vertelden de twee leerlingen wat er onderweg gebeurd was

en hoe Jezus door hen herkend werd

aan het breken van het brood.

Terwijl ze daarover spraken

stond Hijzelf plotseling in hun midden

en zei:

“Vrede zij u.”

In hun verbijstering en schrik meenden ze een geest te zien.

Maar Hij sprak tot hen:

“Waarom zijt ge ontsteld

en waarom komt er twijfel op in uw hart?

Kijkt naar mijn handen en voeten:

Ik ben het zelf.

Betast Mij en kijkt:

een geest heeft geen vlees en beenderen

zoals ge ziet dat Ik heb.”

En na zo gesproken te hebben

toonde Hij hun zijn handen en voeten.

Toen ze het van vreugde en verbazing niet konden geloven

zei Hij tot hen:

“Hebt ge hier iets te eten?”

Zij reikten Hem een stuk geroosterde vis aan;

Hij nam het en at het voor hun ogen op.

Hij sprak tot hen:

“Dit zijn mijn woorden,

die Ik sprak toen Ik nog bij u was:

Alles moet vervuld worden

wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes,

in de profeten en in de psalmen.”

Toen maakte Hij hun geest toegankelijk

voor het begrijpen van de Schriften.

Hij zei hun:

“Zó spreken de Schriften over het lijden en sterven van de Messias

en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag,

over de verkondiging onder alle volkeren,

van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam.

Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.”

 

Zaterdag 24 april en Zondag 25 april 2021 B-jaar, 4e zondag van Pasen

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen Handelingen 4,8-12

In die tijd sprak Petrus, vervuld van de heilige Geest:
“Overheden van het volk en oudsten!
Indien wij vandaag ter verantwoording geroepen worden
voor een weldaad aan een gebrekkige bewezen
waardoor deze genezen is,
dan zij het u allen en het gehele volk van Israël bekend
dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër
die gij gekruisigd hebt
maar die God uit de doden heeft doen opstaan
– dat door die Naam deze man hier gezond voor u staat.
Hij is de steen
die door u, de bouwlieden, niets waard werd geacht
en toch tot hoeksteen geworden is.
Bij niemand anders is dan ook de redding te vinden
en geen andere Naam onder de hemel
is aan de mensen gegeven
waarin wij gered moeten worden.”

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 10,11-18

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:

“Ik ben de goede herder.

De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.

Maar de huurling,

die geen herder is en geen eigenaar van de schapen,

ziet de wolf aankomen,

laat de schapen in de steek en vlucht weg;

de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen.

Hij is dan ook maar een huurling

en heeft geen hart voor de schapen.

Ik ben de goede herder.

Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij,

zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken.

Ik geef mijn leven voor de schapen.

Ik heb nog andere schapen

die niet uit deze schaapsstal zijn.

Ook die moet Ik leiden

en zij zullen naar mijn stem luisteren

en het zal worden: één kudde, één herder.

Hierom heeft de Vader Mij lief,

omdat Ik mijn leven geef

om het later weer terug te nemen.

Niemand neemt Mij het af

maar Ik geef het uit Mijzelf.

Macht heb Ik om het te geven

en macht om het terug te nemen:

dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen.”

 

 

Zaterdag 1 en Zondag 2 mei 2021 B-jaar, 5e zondag van Pasen

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes 3,18-24

Vrienden,
wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen
maar met concrete daden.
Dat is onze maatstaf;
daardoor krijgen wij de zekerheid
dat wij thuishoren bij de waarachtige God.
Dan mogen wij ook voor zijn aanschijn ons geweten geruststellen
ook als het ons veroordeelt,
want God is groter dan ons hart
en Hij weet alles.
Dierbare vrienden,
daar ons geweten ons dus niet hoeft te veroordelen
mogen wij vrijmoedig met God omgaan;
wij krijgen van Hem alles wat wij vragen
omdat wij zijn geboden onderhouden
en doen wat Hem aangenaam is.
En dit is zijn gebod:
van harte geloven in zijn Zoon Jezus Christus
en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft.
Wie zijn geboden onderhoudt
blijft in God
en God blijft in Hem.
En dat Hij in ons woont
weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 15,1-8

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Ik ben de ware wijnstok

en mijn Vader is de wijnbouwer.

Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt

snijdt Hij af;

en elke die wel vrucht draagt

zuivert Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen.

Gij zijt al rein

dank zij het woord dat Ik tot u gesproken heb.

Blijft in Mij

dan blijf Ik in u.

Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf

maar alleen als zij blijft aan de wijnstok,

zo gij evenmin als gij niet blijft in Mij.

Ik ben de wijnstok, gij de ranken.

Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem

die draagt veel vrucht,

want los van Mij kunt gij niets.

Als iemand niet in Mij blijft

wordt hij weggeworpen als de rank en verdort;

men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden.

Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven

vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen.

Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt

dat gij rijke vruchten draagt;

zo zult gij mijn leerlingen zijn.”

 

Zaterdag 8 mei en Zondag 9 mei 2021 B-jaar, 6e zondag van Pasen

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes 4,7-10

Vrienden,
laten wij elkander liefhebben
want de liefde komt van God.
Iedereen die liefheeft
is een kind van God en kent God.
De mens zonder liefde kent God niet
want God is liefde.
En de liefde die God is
heeft zich onder ons geopenbaard
doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft
om ons het leven te brengen.
Hierin bestaat de liefde:
niet wij hebben God liefgehad
maar Hij heeft ons liefgehad,
en Hij heeft zijn Zoon gezonden
om onze zonden uit te wissen door het offer van zijn leven.

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 15,9-17

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad

zo heb ook Ik u liefgehad.

Blijft in mijn liefde.

Als gij mijn geboden onderhoudt

zult gij in mijn liefde blijven,

gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden

in zijn liefde blijf.

Dit zeg Ik u

opdat mijn vreugde in u moge zijn

en uw vreugde volkomen moge worden.

Dit is mijn gebod,

dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.

Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,

dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.

Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied.

Ik noem u geen dienaars meer

want de dienaar weet niet wat zijn heer doet,

maar u heb Ik vrienden genoemd

want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.

Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u,

en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan

en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.

Dan zal de Vader u geven

al wat gij Hem in mijn Naam vraagt.

Dit is mijn gebod,

dat gij elkaar liefhebt.”

 

Donderdag 13 mei 2021 B-jaar Hemelvaartsdag.

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen 1,1-11

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven
over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag,
waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen
die Hij door de heilige Geest had uitgekozen,
en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.
Terwijl Hij met hen at
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten
die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:
“Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de heilige Geest.”
Terwijl zij eens bijeengekomen waren
stelden zij Hem de vraag:
“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
“Het komt u niet toe dag en uur te kennen
die de Vader in zijn macht heeft vastgelegd.
Maar gij zult kracht ontvangen
van de heilige Geest die over u komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.”
Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven
en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,
stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea,
wat staat ge naar de hemel te kijken?
Deze Jezus
die van u is weggenomen naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkeren
als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 16,15-20

In die tijd toen Jezus aan de elf verscheen,

sprak Hij tot hen:

“Gaat uit over de hele wereld

en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.

Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,

maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.

En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen:

in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,

nieuwe talen spreken,

slangen opnemen;

zelfs als ze dodelijk vergif drinken

zal het hun geen kwaad doen;

en als ze aan zieken de handen opleggen

zullen dezen genezen zijn.”

Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had,

werd Hij ten hemel opgenomen

en Hij zit aan de rechterhand van God.

Maar zij trokken uit om overal te prediken,

en de Heer werkte met hen mee

en schonk kracht aan hun woord

door de tekenen die het vergezelden.

 

Zaterdag 15 en Zondag 16 mei 2021 B-jaar, 7e zondag van Pasen

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes 4,11-16

Vrienden,
als God ons zozeer heeft liefgehad
moeten ook wij elkander liefhebben.
Nooit heeft iemand God gezien,
maar als wij elkaar liefhebben
woont God in ons
en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
Dit is het bewijs dat wij in Hem verblijven
zoals Hij verblijft in ons,
dat Hij ons deel heeft gegeven aan zijn Geest.

En wij, wij hebben gezien
en wij getuigen dat de Vader zijn Zoon heeft gezonden
om de heiland van de wereld te zijn.
Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is
woont God in hem
en woont hij in God.
Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft
en wij geloven in haar.
God is liefde:
wie in de liefde woont
woont in God
en God is met hem.

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 17,11b-19

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:

“Heilige Vader,

bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt,

opdat zij één mogen zijn zoals Wij.

Toen Ik bij hen was

bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven.

Ik heb over hen gewaakt

en niemand van hen is verloren gegaan

behalve de man des verderfs,

want de Schrift moest vervuld worden.

Maar nu kom Ik naar U toe

en nog in de wereld zeg Ik dit,

opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten.

Ik heb hun uw woord meegedeeld,

maar de wereld heeft hen gehaat

omdat zij niet van de wereld zijn

zoals Ik niet van de wereld ben.

Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt,

maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.

Zij zijn niet van de wereld

zoals Ik niet van de wereld ben.

Wijd hen U toe in de waarheid.

Uw woord is waarheid.

Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt

zo zend Ik hen in de wereld,

en omwille van hen wijd Ik Mij aan U,

opdat ook zij in de waarheid aan U toegewijd mogen zijn.”

 

Zaterdag 22 mei en Zondag 23 mei 2021 B-jaar Pinksteren.

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen 2,1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
“Maar zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs ?
Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten,
Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 20,19-23

In de avond van die eerste dag van de week,

toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen

gesloten waren uit vrees voor de Joden,

kwam Jezus binnen,

ging in hun midden staan en zei:

“Vrede zij u.”

Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.

De leerlingen

waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.

Nogmaals zei Jezus tot hen:

“Vrede zij u.

Zoals de Vader Mij gezonden heeft

zo zend Ik u.”

Na deze woorden blies Hij over hen en zei:

“Ontvangt de heilige Geest.

Wier zonden gij vergeeft

hun zijn ze vergeven,

en wier zonden gij niet vergeeft

hun zijn ze niet vergeven.”

 

Zaterdag 29 mei en Zondag 30 mei 2021 B-jaar, H. Drie-eenheid

Eerste Lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 8,14-17

Broeders en zusters,
Allen die zich laten leiden door de Geest van God
zijn kinderen van God.
De Geest die gij ontvangen hebt is er niet een van slaafsheid
die u opnieuw vrees zou aanjagen.
Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen
die ons doet uitroepen:
“Abba, Vader!”
De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest
dat wij kinderen zijn van God.
Maar als wij kinderen zijn
dan zijn wij ook erfgenamen,
en wel erfgenamen van God, tezamen met Christus,
daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking.

Tot zover deze lezing.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 28,16-20

De elf leerlingen begaven zich naar Galilea,

naar de berg die Jezus hun aangewezen had.

Toen zij Hem zagen

wierpen ze zich in aanbidding neer;

sommigen echter twijfelden.

Jezus trad nader en sprak tot hen:

“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.

Gaat dus

en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen

in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,

en leert hun

te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.

Ziet, Ik ben met u

alle dagen

tot aan de voleinding der wereld.”