Bijbellezingen t/m 29 augustus 2021

Zaterdag 19 juni en Zondag 20 juni 2021 B-jaar Twaalfde Zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte – 2 Korintiërs 5,14-17
Broeders en zusters,
De liefde van Christus laat ons geen rust
sinds wij hebben ingezien dat Een is gestorven voor allen.
Maar dan zijn allen gestorven!
En Hij is voor allen gestorven
opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven,
maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen.
Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer
naar de oude maatstaven.
En al hebben wij Christus ooit op zulke wijze beoordeeld,
dan nu toch niet meer.
Zo is dus wie in Christus is een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,35-41

Op een dag tegen het vallen van de avond

sprak Jezus tot zijn leerlingen:

“Laten we oversteken.”

Zij stuurden het volk weg

en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat;

andere boten begeleidden Hem.

Er stak een hevige storm op

en de golven sloegen over de boot zodat hij al vol liep.

Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.

Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem:

“Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?”

Hij stond op,

richtte zich met een dwingend woord tot de wind

en sprak tot het water:

“Zwijg stil!”

De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.

Hij sprak tot hen:

“Waarom zijt gij zo bang?

Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar:

“Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?”

 

Zaterdag 26 juni en Zondag 27 juni 2021 B-jaar Dertiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte – 2 Korintiërs 8,7.9.13.15Broeders en zusters,
gij munt reeds in zoveel opzichten uit:
in geloof, welsprekendheid, wetenschap,
in ijver op alle gebied,
in uw liefde voor ons;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus
hoef ik u niet in herinnering te brengen:
hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was,
opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
Het is niet de bedoeling
dat gij door anderen te ondersteunen
uzelf in verlegenheid brengt.
Er moet een zeker evenwicht tot stand komen.
(Voor het ogenblik
komt uw overvloed hun gebrek ten goede,
zodat hun overvloed eens uw gebrek kan verhelpen).
Zo ontstaat het evenwicht waarvan de Schrift spreekt:
“Hij die veel had verzameld,
had niet teveel,
en hij die weinig had verzameld
kwam toch niet tekort.”
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 5,21-43

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was

stroomde veel volk bij Hem samen.

Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond

kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge.

Toen hij Hem zag, viel hij Hem te voet

en smeekte Hem met aandrang:

“Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,

kom toch haar de handen opleggen,

opdat ze mag genezen en leven.”

Jezus ging met hem mee.

Een dichte menigte vergezelde Hem

en drong van alle kanten op.

Er was een vrouw bij die al twaalf jaar

aan bloedvloeiing leed.

Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters

en haar gehele vermogen uitgegeven,

maar zonder er baat bij te vinden;

integendeel, het was nog erger met haar geworden.

Omdat zij over Jezus gehoord had,

drong zij zich in de menigte naar voren

en raakte zijn mantel aan.

Want ze zei bij zichzelf:

“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,

zal ik genezen zijn.”

Terstond hield de bloeding op

en werd ze aan haar lichaam gewaar,

dat ze van haar kwaal genezen was.

Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust

dat er een kracht van Hem was uitgegaan;

Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg:

“Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”

Zijn leerlingen zeiden tot Hem:

“Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt

en Gij vraagt:

” Wie heeft Mij aangeraakt?”

Maar Hij liet zijn blik rondgaan

om te zien wie dat gedaan had.

Wetend wat er met haar gebeurd was,

kwam de vrouw zich angstig en bevend

voor Hem neerwerpen

en bekende Hem de hele waarheid.

Toen sprak Hij tot haar:

“Dochter, uw geloof heeft u genezen.

Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Hij was nog niet uitgesproken

of men kwam uit het huis van de overste van de synagoge

met de boodschap:

“Uw dochter is gestorven.

Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?”

Jezus ving op wat er bericht werd

en zei tot de overste van de synagoge:

“Wees niet bang, maar blijf geloven.”

Hij liet niemand met zich meegaan

behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.

Toen zij aan het huis van de overste kwamen

zag Hij het rouwmisbaar

van mensen die luid weenden en weeklaagden.

Hij ging naar binnen en zei tot hen:

“Waarom dit misbaar en geween?

Het kind is niet gestorven maar slaapt.”

Doch ze lachten Hem uit.

Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging

met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind

het vertrek binnen waar het kind lag.

Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:

“Talïta koemi”;

wat vertaald betekent:

Meisje, sta op.

Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond

want het was twaalf jaar.

En ze stonden stom van verbazing.

Hij legde hun nadrukkelijk op

dat niemand het te weten mocht komen,

en voegde eraan toe

dat men haar te eten moest geven.

 

Zaterdag 3 juli en Zondag 4 juli 2021 B-Jaar Veertiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de profeet Ezechiël Ezechiël 2,2-5
In die dagen kwam de Geest over mij en sprak tot mij.
Hij deed mij recht overeind staan
en ik hoorde hoe Hij tot mij sprak.
Hij zei:
“Mensenzoon, Ik zend u tot de kinderen van Israël,
tot dat opstandige volk dat zich tegen Mij verzet;
zij en hun voorvaderen
hebben opstand tegen Mij gepleegd
tot op deze dag toe.
Het is een nukkig en weerbarstig volk.
Tot hen zend Ik u en u zult tot hen zeggen:
Zo spreekt God de HEER.
En of zij nu luisteren of niet
– het is een opstandig volk –
zij zullen weten dat er een profeet in hun midden is.”
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,1-6

In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven

en zijn leerlingen gingen met Hem mee.

Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.

De talrijke toehoorders vroegen verbaasd:

“Waar heeft Hij dat vandaan?

En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is?

En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?

Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria

en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?

En wonen zijn zusters niet hier bij ons?”

En zij namen er aanstoot aan.

Maar Jezus sprak tot hen:

“Een profeet wordt overal geëerd

behalve in zijn eigen stad,

bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”

Hij kon geen enkel wonder doen,

behalve dat Hij een klein aantal zieken genas

die Hij de handen oplegde.

Hij stond verwonderd over hun ongeloof.

Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek,

waar Hij onderricht gaf.

 

Zaterdag 10 juli en Zondag 11 juli 2021 B-jaar Vijftiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze – Efeziërs 1,3-14 of 3-10
Broeders en zusters,
Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend
met elke geestelijke zegen.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
vóór de grondlegging der wereld,
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons voorbestemd
zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,
in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed,
de vergiffenis der zonden
dank zij de rijkdom van zijn genade.
Die heeft Hij ons meegedeeld
als een overvloed van wijsheid en inzicht.
Want Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen,
de beslissing die Hij in Christus had genomen
ter verwezenlijking van de volheid der tijden:
het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen,
alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde,
in Hem.
(In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen,
daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem
die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil,
opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid,
wij, die reeds tevoren onze hoop
op de Christus hadden gebouwd.
In Christus zijt ook gij,
nadat gij het woord der waarheid,
het evangelie van uw heil hebt aanhoord,
in Hem zijt ook gij tot het geloof gekomen,
verzegeld met de heilige Geest der belofte
die het onderpand is van onze erfenis,
tot verlossing van Gods eigen volk
en tot lof van zijn heerlijkheid.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,7-13

In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich

en begon hen twee aan twee uit te zenden.

Hij gaf hun de macht over de onreine geesten

en verbood hun

iets anders mee te nemen voor onderweg

dan alleen een stok:

geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.

“Wel moogt ge sandalen dragen,

maar trekt geen dubbele kleding aan.”

Hij zei verder:

“Als ge ergens een huis binnengaat,

blijft daar tot ge weer afreist.

En is er een plaats waar men u niet ontvangt

en niet naar u luistert,

gaat daar dan weg

en schudt het stof van uw voeten

als een getuigenis tegen hen.”

Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.

Zij dreven veel duivels uit,

zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

 

Zaterdag 17 juli en Zondag 18 juli 2021 B-jaar Zestiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de profeet Jeremia 23,1-6
Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde
omkomen en verloren lopen – godsspraak van de HEER -.
Daarom zegt de HEER, Israëls God, tot de herders
die mijn volk weiden:
Door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen
en uiteengedreven; ge hebt er niet op gelet.
Maar Ik let wel op u om al uw misdaden
– godsspraak van de HEER -.
Zelf breng Ik de overgebleven schapen bijeen
uit alle landen waarheen Ik ze heb verdreven.
Ik breng ze terug naar hun weiden,
ze worden weer vruchtbaar en talrijk.
Dan stel Ik herders over hen aan,
die hen werkelijk weiden.
Ze hoeven niet meer bang of angstig te zijn,
geen van hen wordt nog vermist,
– godsspraak van de HEER -.
Geloof Mij, de tijd komt
– godsspraak van de HEER –
dat Ik een wettige afstammeling van David doe opstaan.
hij zal hen met bekwaamheid regeren
en het land rechtvaardig en eerlijk besturen.
In zijn tijd wordt Juda bevrijd,
leeft Israël veilig.
En dit is de naam die men Hem geeft:
de HEER, onze gerechtigheid.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,30-34

In die tijd voegden de apostelen zich bij Jezus

en brachten Hem verslag uit

over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.

Daarop sprak Hij tot hen:

“Komt nu eens zelf mee

naar een eenzame plaats om alleen te zijn

en rust daar wat uit.”

Want wegens de talrijke gaande en komende mensen

hadden zij zelfs geen tijd om te eten.

Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats

om alleen te zijn.

Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging;

uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen

en ze waren er nog eerder dan zij.

Toen Jezus aan land ging

zag Hij dan ook een grote menigte.

Hij voelde medelijden met hen,

want zij waren als schapen zonder herder;

en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

 

Zaterdag 24 juli en Zondag 25 juli 2021 B-jaar Zeventiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze 4, 1-6
Broeders en zusters,
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede:
één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Eén Heer, één geloof, één doop.
Eén God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,1-15

In die tijd begaf Jezus zich

naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias.

Een grote menigte volgde Hem

omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed.

Jezus ging de berg op

en zette zich daar met zijn leerlingen neer.

Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.

Toen Jezus zijn ogen opsloeg

en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam

vroeg Hij aan Filippus:

“Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?”

– Dit zeide Hij om hen op de proef te stellen,

want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. –

Filippus antwoordde Hem:

“Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen

dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig.”

Een van de leerlingen,

Andreas, de broer van Simon Petrus,

merkte op:

“Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen,

maar wat betekent dat voor zo”n aantal?”

Jezus echter zei:

“Laat de mensen gaan zitten.”

Er was daar namelijk veel gras.

Zij gingen dan zitten;

het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend.

Toen nam Jezus de broden

en na het dankgebed gesproken te hebben

liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten,

alsmede de vissen, zoveel men maar wilde.

Toen ze verzadigd waren zei Hij tot zijn leerlingen:

“Haalt nu de overgebleven brokken op

om niets verloren te laten gaan.”

Zij haalden ze op

en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken,

welke door de mensen na het eten overgelaten waren.

Toen de mensen het teken zagen dat Hij had gedaan zeiden ze:

“Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”

Daar Jezus begreep

dat zij zich van Hem meester wilden maken

om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen,

trok Hij zich weer in het gebergte terug,

geheel alleen.

 

Zaterdag 31 juli en Zondag 1 augustus 2021 B-jaar Achttiende Zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze 4,17.20-24
Broeders en zusters,
Ik bezweer u in de Heer:
leef niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid.
Maar gij hebt de Christus zo niet leren kennen!
Want gij hebt van Hem gehoord
en zijt in Hem onderricht naar de waarheid die in Jezus is:
dat gij de oude mens van uw vroegere levenswandel,
die te gronde gaat aan zijn bedrieglijke begeerten,
moet afleggen
en dat geheel uw denken zich moet vernieuwen.
Bekleedt u met de nieuwe mens,
die naar Gods beeld is geschapen
in ware gerechtigheid en heiligheid.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,24-35

In die tijd, toen de mensen bemerkten

dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren,

gingen zij in de boten

en voeren in de richting van Kafarnaüm

op zoek naar Jezus.

Zij vonden Hem aan de overkant van het meer en zeiden:

“Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?”

Jezus nam het woord en zeide:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij,

maar omdat gij van de broden hebt gegeten

tot uw honger was gestild.

Werkt niet voor het voedsel dat vergaat

maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven

en dat de Mensenzoon u zal geven.

Op Hem immers heeft de Vader, God zelf, zijn zegel gedrukt.”

Daarop zeiden zij tot Hem:

“Welke werken moeten wij voor God verrichten?”

Jezus gaf hun ten antwoord:

“Dit is het werk dat God u vraagt:

te geloven in Degene die Hij gezonden heeft.”

In die dagen zei de menigte tot Jezus:

“Wat voor tekenen doet Gij dan wel

waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?

Wat doet Gij eigenlijk?

Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn,

zoals geschreven staat:

Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.”

Jezus hernam:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel;

het echte brood uit de hemel

wordt u door mijn Vader gegeven;

want het brood van God daalt uit de hemel neer

en geeft leven aan de wereld.”

Zij zeiden tot Hem:

“Heer, geef ons te allen tijde dat brood.”

Jezus sprak tot hen:

“Ik ben het brood des levens:

wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben,

en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”

 

Zaterdag 7 augustus en Zondag 8 augustus 2021 B-jaar Negentiende Zondag door het jaar.
Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze  4,30-5,2
Broeders en zusters,
wilt Gods heilige Geest niet bedroeven;
gij zijt met zijn zegel gewaarmerkt voor de dag der verlossing.
Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek,
kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen.
Weest goed voor elkaar en hartelijk.
Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus.
Weest navolgers van God
zoals het geliefde kinderen past.
Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus,
die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd
als offergave en slachtoffer,
God tot een lieflijke geur.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,41-51

In die tijd morden de Joden over Jezus,

omdat Hij gezegd had:

Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald,

en zij zeiden:

“Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef,

en kennen wij zijn vader en moeder niet?

Hoe kan Hij dan zeggen:

Ik ben uit de hemel neergedaald?”

Maar Jezus sprak tot hen:

“Mort toch niet onder elkaar.

Niemand kan tot Mij komen

als de Vader die Mij zond hem niet trekt;

en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.

“Er staat geschreven bij de profeten:

En allen zullen door God onderricht worden.

Al wie naar de leer van de Vader geluisterd heeft

komt tot Mij.

Niet dat iemand de Vader gezien heeft:

alleen Degene die uit God is, heeft de Vader gezien.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

wie gelooft heeft eeuwig leven.

Ik ben het brood des levens.

Uw vaderen die het manna gegeten hebben in de woestijn,

zijn niettemin gestorven;

maar dit brood daalt uit de hemel neer

opdat wie ervan eet niet sterft.

Ik ben het levende brood

dat uit de hemel is neergedaald.

Als iemand van dit brood eet

zal hij leven in eeuwigheid.

Het brood dat Ik zal geven

is mijn vlees,

ten bate van het leven der wereld.”

 

Zaterdag 14 augustus en zondag 15 augustus 2021 B-jaar Maria Ten Hemelopneming

Eerste lezing uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes Apokalyps 11,19a; 12,1-6a.10ab
Toen ging de tempel van God in de hemel open,
en er verscheen een groot teken aan de hemel:
een Vrouw,
bekleed met de zon, de maan onder haar voeten
en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.
Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood.
Toen verscheen aan de hemel een ander teken:
een grote, vuurrode Draak.
Hij had zeven koppen en tien horens
en op elke kop een diadeem.
En zijn staart
vaagde een derde deel van de sterren des hemels weg
en wierp ze op de aarde.
En de Draak stond voor de Vrouw die zou baren,
om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden.
En zij baarde een kind,
een zoon,
die alle volken zal weiden met een ijzeren staf.
En haar kind
werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon.
En de vrouw vluchtte naar de woestijn,
waar zij een plaats heeft door God bereid.
En ik hoorde een stem in de hemel roepen:
“Nu is gekomen het heil en de macht
en het koningschap van onze God
en de heerschappij van zijn Gezalfde.”
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,39-56

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,

naar een stad in Juda,

Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.

Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,

sprong het kind op in haar schoot.

Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest

en riep met luide stem:

“Gij zijt gezegend onder de vrouwen

en gezegend is de vrucht van je schoot!

Waaraan heb ik het te danken

dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?

Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte

sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.

Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen

Wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

 

En Maria sprak:

“Mijn hart prijst hoog de Heer.

Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder:

daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.

En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig

omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed,

en heilig is zijn Naam.

Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht

voor hen die Hem vrezen.

Hij toont de kracht van zijn arm;

slaat trotsen van hart uiteen.

Heersers ontneemt Hij hun troon,

maar Hij verheft de geringen.

Die hongeren overlaadt Hij met gaven,

en rijken zendt Hij heen met lege handen.

Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken,

gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig

jegens Abraham en zijn geslacht,

gelijk Hij had gezegd tot onze Vaderen.”

Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was

keerde zij naar huis terug.

 

Zaterdag 21 augustus en Zondag 22 augustus 2021 B-jaar Eenentwintigste Zondag door het jaar.

Eerste lezing uit het boek Jozua 24,1-2a.15-17.18b
In die dagen riep Jozua alle stammen van Israël in Sichem bijeen,
met de oudsten van Israël, de familiehoofden,
de rechters en de schrijvers.
Toen zij voor God stonden, richtte Jozua zich tot het volk en sprak:
“Zo spreekt de HEER, de God van Israël:
Als gij de HEER niet wilt dienen,
kies dan nu wie gij wel dienen wilt:
de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd,
of de goden van de Amorieten, in wier land gij woont.
Ik en mijn familie, wij dienen de HEER.”
Het volk antwoordde:
“Wij denken er niet aan de HEER te verlaten en andere goden te vereren.
De HEER onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid,
uit het land van de slavernij.
Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht
en ons beschermd op al onze tochten
en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen.
Ook wij willen de HEER dienen,
Hij is onze God.”
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,60-69

In die tijd zeiden velen van Jezus” leerlingen:

“Deze taal stuit iemand tegen de borst.

Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?”

Maar Jezus

die uit zichzelf wist dat zijn leerlingen daarover morden,

vroeg hun:

“Neemt gij daar aanstoot aan?

Als gij dan de Mensenzoon ziet opstijgen

naar waar Hij vroeger was…?

Het is de geest die levend maakt,

het vlees is van geen nut.

De woorden die Ik tot u gesproken heb

zijn geest en leven.

Maar er zijn er onder u

die geen geloof hebben.”

– Jezus wist inderdaad van het begin af aan

wie het waren die niet geloofden

en wie Hem zou overleveren. –

Hij voegde eraan toe:

“Daarom heb Ik u gezegd

dat niemand tot Mij kan komen

als het hem niet door de Vader gegeven is.”

Tengevolge hiervan

trokken velen van zijn leerlingen zich terug

en verlieten zijn gezelschap.

Waarop Jezus aan de twaalf vroeg:

“Wilt ook gij soms weggaan?”

Simon Petrus antwoordde Hem:

“Heer, naar wie zouden wij gaan?

Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven

en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”

 

Zaterdag 28 augustus en Zondag 29 augustus 2021 B-jaar Tweeëntwintigste Zondag door het jaar

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Jakobus  1,17-18.21b-22.27
Broeders en zusters,
elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven, van de Vader der hemellichten,
bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling.
Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken
door het woord der waarheid,
zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.
Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan
dat in u werd geplant
en dat de kracht bezit uw zielen te redden.
Weest uitvoerders van het woord
en niet alleen toehoorders;
dan zoudt gij uzelf bedriegen.
Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit:
wezen en weduwen opzoeken in hun nood
en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Eens kwamen de Farizeeën

en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus tezamen,

en zagen dat sommigen van zijn leerlingen met onreine,

dat wil zeggen, ongewassen handen aten.

De Farizeeën immers en al de Joden eten niet

zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben,

daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen;

komen ze van de markt,

dan eten ze niet voordat zij zich gereinigd hebben;

zo zijn er nog vele dingen

waaraan ze bij overlevering vasthouden:

het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk.

Daarom

stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem de vraag:

“Waarom gedragen uw leerlingen zich niet

volgens de overlevering van de voorvaderen,

maar eten zij met onreine handen?”

Hij antwoordde hun:

“Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd!

Zo staat er geschreven:

Dit volk eert Mij met de lippen

maar hun hart is ver van Mij.

Zij eren Mij, maar zonder zin,

en mensenwet is wat zij leren.

Gij laat het gebod van God varen

en houdt vast aan de overlevering van mensen!”

Daarop riep Hij het volk weer bij zich en sprak tot hen:

“Luistert allen naar Mij en wilt verstaan:

niets kan de mens bezoedelen

wat van buiten af in hem komt.

Maar wat uit de mens komt,

dat bezoedelt de mens.

Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen

komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord,

echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog,

losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid.

Al die slechte dingen komen uit het binnenste

en bezoedelen de mens.”