Bijbellezingen september t/m 3 oktober 2021

Zaterdag 18 en Zondag 19 september 2021 B-jaar Vijfentwintigste zondag door het jaar

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Jakobus 3,16-4
Broeders en zusters,
Waar naijver en eerzucht heersen,
daar treft men ook onrust aan
en allerlei minderwaardige praktijken.
De wijsheid van omhoog is vóór alles rein,
maar ook vredelievend, vriendelijk,
altijd voor rede vatbaar,
rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden,
onpartijdig en oprecht.
Gerechtigheid is een vrucht van de vrede
en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.
Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies vandaan?
Toch alleen van uw eigen hartstochten
die u niet met rust laten?
Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen.
Gij moordt en benijdt
en gij kunt uw doel niet bereiken.
Dan gaat gij vechten en strijden.
Gij hebt niets
omdat gij niet bidt.
En als gij bidt
krijgt ge het niet
omdat gij verkeerd bidt,
met de bedoeling namelijk
om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten.
Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,30-37

In die tijd gingen Jezus en zijn leerlingen weg van de berg

en trokken Galilea door;

maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam,

want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten.

Hij zeide hun:

“De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen

en ze zullen Hem doden;

maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.”

Zij begrepen die woorden wel niet

maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen.

Zij kwamen in Kafarnaüm

en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen:

“Waar hebt ge onderweg over getwist?”

Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg

een woordenwisseling gehad over de vraag

wie de grootste was.

Toen zette Hij zich neer,

riep de twaalf bij zich en zei tot hen:

“Als iemand de eerste wil zijn,

zal hij de laatste van allen moeten wezen

en de dienaar van allen.”

Hij nam een kind en zette het in hun midden;

Hij omarmde het en sprak tot hen:

“Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam

neemt Mij op; en wie Mij opneemt

neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”

 

Zaterdag 25 en Zondag 26 september 2021 B-jaar Zesentwintigste zondag door het jaar

Eerste lezing uit het boek Numeri 11,25-29
In die dagen
daalde de HEER neer in een wolk,
sprak tot Mozes en legde een deel van de geest
die op Mozes rustte, op de zeventig oudsten.
En toen de geest op hen rustte, profeteerden zij,
maar later hebben zij het niet meer gedaan.
Nu waren er twee mannen in het kamp gebleven.
De een heette Eldad, de ander Medad.
Ook op hen rustte de geest
– zij stonden op de lijst al waren zij niet naar de tent gegaan –
en zij profeteerden in het kamp.
Een jongen ging het ijlings aan Mozes vertellen en zei:
“Eldad en Medad zijn aan het profeteren in het kamp.”
Jozua, de zoon van Nun,
die reeds als jongeman in dienst van Mozes gekomen was,
zei daarop tot Mozes:
“Mijn heer, dat moet u hun verbieden.”
Mozes zei hem:
“Waarom komt u voor mij op?
Ik zou willen dat heel het volk van de HEER profeteerde
en dat de HEER zijn geest op hen legde.”Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,38-43.45.47-48

In die tijd zei Johannes tot Jezus:

“Meester, we hebben iemand die ons niet volgt,

in uw naam duivels zien uitdrijven,

en we hebben getracht het hem te beletten

omdat hij geen volgeling van ons was.”

Maar Jezus zei:

“Belet het hem niet,

want iemand die een wonder doet in mijn Naam

zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken.

Wie niet tegen ons is, is voor ons.

Als iemand u een beker water te drinken geeft

omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u:

zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.

Maar als iemand

een van deze kleinen die geloven, aanleiding tot zonde geeft,

het zou beter voor hem zijn

als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.

Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven,

hak ze af;

het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan

dan in het bezit van twee handen in de hel te komen,

in het onblusbaar vuur.

Het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan

dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.

Het is beter voor u met één oog het Rijk Gods binnen te gaan

dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,

waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.”

 

Zaterdag 2 en Zondag 3 oktober 2021 B-jaar Zevenentwintigste zondag door het jaar.

Eerste lezing uit het boek Genesis 2, 18-24
De HEER God sprak:
“Het is niet goed dat de mens alleen blijft.
Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.”
Toen boetseerde de HEER God uit de aarde
alle dieren op het land en alle vogels van de lucht,
en bracht die bij de mens om te zien hoe hij ze noemen zou:
zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten.
De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren
en aan al de vogels in de lucht en aan al de wilde beesten;
maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.
Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen;
en terwijl hij sliep nam Hij één van zijn ribben weg
en zette er vlees voor in de plaats.
Daarna vormde de HEER God
uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen,
een vrouw,
en bracht haar naar de mens.
Toen sprak de mens:
“Eindelijk been van mijn gebeente
en vlees van mijn vlees!
Mannin zal zij heten
want uit een man is zij genomen.”
Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat
en zich zó aan zijn vrouw hecht
dat zij volkomen één worden.Tot zover deze lezing.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 10,2-16 of 10,2-12

In die tijd kwamen er Farizeeën die Jezus vroegen:

“Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?”

Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen.

Hij antwoordde hun met een wedervraag:

“Wat heeft Mozes u voorgeschreven?”

Zij zeiden:

“Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen

en haar weg te zenden.”

Doch Jezus antwoordde hun:

“Om de hardheid van uw hart

heeft hij die bepaling voor u neergeschreven.

Maar in het begin, bij de schepping,

heeft God hen als man en vrouw gemaakt.

Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten

om zich te binden aan zijn vrouw

en deze twee zullen één vlees worden.

Zo zijn zij dus niet langer twee,

één vlees als zij geworden zijn.

Wat God derhalve heeft verbonden,

mag een mens niet scheiden.”

Thuis ondervroegen de leerlingen Hem nogmaals daarover.

Hij sprak tot hen:

“Wie zijn vrouw wegzendt en een andere huwt

maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk.

En wanneer zij haar man verlaat en een andere huwt

begaat zij echtbreuk.”

(De mensen brachten kinderen bij Hem

met de bedoeling dat Hij ze zou aanraken.

Maar bars wezen de leerlingen ze af.

Toen Jezus dit zag, zei Hij verontwaardigd:

“Laat die kinderen toch bij Mij komen

en houdt ze niet tegen.

Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods.

Voorwaar, Ik zeg u:

wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind,

zal er zeker niet binnengaan.”

Daarop omarmde Hij ze en zegende hen

terwijl Hij hun de handen oplegde.)