Lezingen en Evangelie april, mei en juni 2022

Zaterdag 30 april en zondag 1 mei 2022 C-jaar

Derde zondag van Pasen

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen 5,27b-32.40b-41

In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen:

“Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden

in de naam van Jezus onderricht te geven?

Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer.

Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.”

Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord:

“Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt,

aan wie gij u vergrepen hebt

door Hem aan het kruis te slaan.

Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven

aan zijn rechterhand

om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken.

Van dit alles zijn wij getuigen,

maar ook de heilige Geest

die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.”

Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus

en stelden hen in vrijheid.

Zij verlieten de Hoge Raad,

verheugd dat ze waardig bevonden waren

smaad te lijden omwille van Jezus” naam.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 21,1-19 (of: Johannes 21,1-14)

In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen

bij het meer van Tiberias.

De verschijning verliep als volgt:

er waren bijeen:

Simon Petrus, Tomas die ook Dídymus genoemd wordt,

Natánaël uit Kana in Galilea,

de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen.

Simon Petrus zei tot hen:

“Ik ga vissen!”

Zij antwoordden:

“Dan gaan wij mee.”

Zij gingen dus op weg en klommen in de boot

maar ze vingen die nacht niets.

Toen het reeds morgen begon te worden

stond Jezus aan het strand,

maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.

Jezus sprak hen aan:

“Vrienden, hebben jullie soms wat vis?”

“Neen”,

zeiden ze.

Toen beval Hij hun:

“Werpt het net uit, rechts van de boot,

daar zult ge iets vangen.”

Nadat ze dit gedaan hadden,

waren ze niet meer bij machte het net op te halen

vanwege de grote hoeveelheid vissen.

Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus:

“Het is de Heer!”

Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was

trok hij zijn bovenkleed aan

– want hij droeg slechts een onderkleed –

en sprong in het meer.

De andere leerlingen kwamen met de boot,

want zij waren niet ver van de kust,

slechts ongeveer tweehonderd el,

en sleepten het net met de vissen achter zich aan.

Toen zij aan land waren gestapt

zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd

met vis erop en brood.

Jezus sprak tot hen:

“Haalt wat van de vis die gij juist gevangen hebt.”

Simon Petrus ging weer aan boord

en sleepte het net aan land.

Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks,

en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet.

Jezus zei hun:

“Komt ontbijten.”

Wetend dat het de Heer was

durfde geen van de leerlingen Hem vragen:

“Wie zijt Gij?”

Jezus trad dichterbij,

nam het brood en gaf het hun,

en zo ook de vis.

Dit nu was de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen

sinds Hij uit de doden was opgestaan.

 

(Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus:

“Simon, zoon van Johannes,

hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?”

Hij antwoordde:

“Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.”

Jezus zei hem:

“Weid mijn lammeren.”

Nog een tweede maal zei Hij tot hem:

“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”

En deze antwoordde:

“Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.”

Jezus hernam:

“Hoed mijn schapen.”

Voor de derde maal vroeg Hij:

“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”

Nu werd Petrus bedroefd,

omdat Hij hem voor de derde maal vroeg:

Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem:

“Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.”

Daarop zei Jezus hem:

“Weid mijn schapen.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

Toen ge jong waart

deedt ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde,

maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken,

een ander zal u omgorden

en u brengen waarheen ge niet wilt.”

Hiermee zinspeelde Hij op de dood

waardoor Hij God zou verheerlijken.

En na deze woorden zei Hij hem:

“Volg Mij.”

 

Zaterdag 7 en zondag 6 mei 2022 C-jaar

Vierde van Pasen

Eerste lezing uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes 7,9.14b-17

Ik, Johannes, zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon,

uit alle rassen en stammen en volken en talen.

Zij stonden voor de troon en voor het Lam,

gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.

Toen zei een van de oudsten tot mij:

“Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking,

die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.

Daarom staan zij voor de troon van God

en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel,

en Hij die op de troon is gezeten

zal zijn tent over hen uitspreiden.

Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden,

geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen,

want het Lam in het midden van de troon

zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven

en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 10,27-30

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Mijn schapen luisteren naar mijn stem

en Ik ken ze

en ze volgen Mij.

Ik geef hun eeuwig leven;

zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan

en niemand zal ze van Mij wegroven.

Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft

is groter dan allen;

en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.

Ik en de Vader, Wij zijn één.”

 

Zaterdag 14 en zondag 15 mei 2022 C-jaar

Vijfde zondag van Pasen

Eerste lezing uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes 21,1-5a

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;

de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen

en de zee bestond niet meer.

En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem,

van God uit de hemel neerdalen,

schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.

Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon:

“Zie hier Gods woning onder de mensen!

Hij zal bij hen wonen.

Zij zullen zijn volk zijn

en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn.

en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen,

en de dood zal niet meer zijn;

geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn,

want al het oude is voorbij.”

En Hij die op de troon is gezeten, sprak:

“Zie, Ik maak alles nieuw.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 13,31-33a.34-35

In die tijd zei Jezus tot de leerlingen:

“Nu is de Mensenzoon verheerlijkt

en God is verheerlijkt in Hem.

Als God in Hem verheerlijkt is

zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken,

ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.

Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn.

Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben;

zoals Ik u heb liefgehad,

zo moet ook gij elkaar liefhebben.

Hieruit zullen allen kunnen opmaken

dat gij mijn leerlingen zijt:

als gij de liefde onder elkaar bewaart.”

 

Zaterdag 21 en zondag 22 mei 2022 C-jaar

Zesde zondag van Pasen

Eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen 15,1-2.22-29

In die dagen verkondigden enige mensen

die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer:

“Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden,

kunt ge niet gered worden.”

Toen hierover onenigheid ontstond

en Paulus en Barnabas

in een felle woordenwisseling met hen raakten,

droeg men Paulus en Barnabas

en enkele andere leden van de gemeente op

met deze strijdvraag

naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan.

Deze besloten samen met de hele gemeente

enige mannen uit hun midden te kiezen

en met Paulus en Barnabas naar Antiochíë te sturen:

Judas, bijgenaamd Barsabbas,

en Silas, mannen van aanzien onder de broeders,

en hun het volgende schrijven mee te geven:

“De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet

aan de broeders uit de heidenen in Antiochíë,

Syrië en Cilícië.

Daar wij gehoord hebben

dat sommigen van ons

u door woorden in verwarring hebben gebracht

en uw gemoederen hebben verontrust,

zonder dat ze van ons enige opdracht hebben gekregen

hebben wij eenstemmig besloten

enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen,

in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus,

mensen die zich geheel en al hebben ingezet

voor de naam van onze Heer Jezus Christus.

Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd,

die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen.

De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten

u geen zwaardere last op te leggen

dan het strikt noodzakelijke: namelijk

u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn,

van bloed, van verstikt vlees

en van ontucht.

Als gij uzelf daarvoor in acht neemt

zal het u goed gaan.

Vaarwel!”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 14,23-29

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als iemand Mij liefheeft

zal hij mijn woord onderhouden;

mijn Vader zal hem liefhebben

en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.

Wie Mij niet liefheeft

onderhoudt mijn woorden niet;

en het woord dat gij hoort is niet van Mij

maar van de Vader die Mij gezonden heeft.

Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben,

maar de Helper,

de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden,

Hij zal u alles leren

en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.

Vrede laat Ik u na;

mijn vrede geef Ik u.

Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.

Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.

Gij hebt Mij horen zeggen:

Ik ga heen maar Ik keer tot u terug.

Als gij Mij zoudt liefhebben

zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga

want de Vader is groter dan Ik.

Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u,

opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.”

 

Donderdag  26 mei 2022 C-jaar Hemelvaartsdag

Eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen 1,1-11

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven

over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag,

waarop Hij zijn opdracht gaf aan de apostelen

die Hij door de heilige Geest had uitgekozen,

en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.

Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen

dat Hij in leven was.

Hij verscheen hun gedurende veertig dagen

en sprak met hen over het Rijk Gods.

Terwijl Hij met hen at

beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,

maar de belofte van de Vader af te wachten

die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:

“Johannes doopte met water,

maar gij zult over enkele dagen

gedoopt worden met de heilige Geest.”

Terwijl zij eens bijeengekomen waren

stelden zij Hem de vraag:

“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”

Maar Hij gaf hun ten antwoord:

“Het komt u niet toe dag en uur te kennen

die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.

Maar gij zult kracht ontvangen

van de heilige Geest die over u komt,

om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,

in geheel Judea en Samaria

en tot het einde der aarde.”

Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven

en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.

Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,

stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:

“Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken?

Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel,

zal op dezelfde wijze wederkeren

als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 24,46-53

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Zó spreken de Schriften over het lijden en het sterven

van de Messias

en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag,

over de verkondiging onder alle volkeren,

van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam.

Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.

Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is;

blijft dus in de stad

totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.”

Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanië,

Hij hief de handen omhoog en zegende hen.

En terwijl Hij hen zegende verwijderde Hij zich van hen

en Hij werd ten hemel opgenomen.

Zij aanbaden Hem

en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug.

Zij hielden zich voortdurend op in de tempel

en zij verheerlijkten God.

 

Zaterdag 28 en zondag 29 mei 2022 C-jaar

Zevende zondag van Pasen

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen 7,55-60

In die dagen staarde Stefanus,

vervuld van de heilige Geest,

naar de hemel en zag Gods heerlijkheid

en Jezus staande aan Gods rechterhand

en hij riep uit:

“Ik zie de hemel open

en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.”

Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen,

stopten hun oren toe

en stormden als één man op hem af.

Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem.

De getuigen legden hun mantels neer

aan de voeten van een jongeman die Saulus heette.

Terwijl zij Stefanus stenigden

bad hij:

“Heer Jezus, ontvang mijn geest.”

Toen viel hij op zijn knieën

en riep met luide stem:

“Heer, reken hun deze zonde niet aan.”

Na deze woorden ontsliep hij.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 17,20-26

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:

“Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik

maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,

opdat zij allen één mogen zijn

zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U:

dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove

dat Gij Mij gezonden hebt.

Ik heb hun de heerlijkheid gegeven

die Gij Mij geschonken hebt,

opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:

Ik in hen en Gij in Mij,

opdat zij volmaakt één zijn

en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden

en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.

Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt

met Mij mogen zijn waar Ik ben,

opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,

die Gij Mij gegeven hebt

daar Gij Mij lief hebt gehad

vóór de grondvesting van de wereld.

Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,

Ik heb U erkend,

en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.

Uw Naam heb Ik hun geopenbaard

en Ik zal dit blijven doen,

opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad

in hen moge zijn en Ik in hen.”

 

Zaterdag 4 en zondag 5 juni 2022 C-jaar Pinksteren.

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen 2,1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak

waren allen bijeen op dezelfde plaats.

Plotseling kwam uit de hemel

een gedruis alsof er een hevige wind opstak

en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.

Er verscheen hun iets dat op vuur geleek

en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.

Zij werden allen vervuld van de heilige Geest

en zij begonnen te spreken in vreemde talen,

naar gelang de Geest hun te vertolken gaf.

Nu woonden er in Jeruzalem Joden,

vrome mannen,

die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.

Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop

en tot hun verbazing

hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.

Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:

“Maar zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs?

Hoe komt het dan

dat ieder van ons hen hoort spreken

in zijn eigen moedertaal?

Parten, Meden en Elamieten,

bewoners van Mesopotámië, van Judea en Kappadócië,

van Pontus en Asia,

van Frygië en Pamfylië,

Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne,

de Romeinen die hier verblijven,

Joden zowel als proselieten,

Kreténzen en Arabieren,

wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 20,19-23

In de avond van die eerste dag van de week,

toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen

gesloten waren uit vrees voor de Joden,

kwam Jezus binnen,

ging in hun midden staan en zei:

“Vrede zij u.”

Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.

De leerlingen

waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.

Nogmaals zei Jezus tot hen:

“Vrede zij u.

Zoals de Vader Mij gezonden heeft

zo zend Ik u.”

Na deze woorden blies Hij over hen en zei:

“Ontvangt de heilige Geest.

Wier zonden gij vergeeft

hun zijn ze vergeven,

en wier zonden gij niet vergeeft

hun zijn ze niet vergeven.”

 

Maandag 6 juni 2022 C-jaar Pinstermaandag

Eerste lezing uit de Handelingen 19,1b-6a

In die dagen kwam Paulus

na zijn reis door het binnenland in Éfeze.

Daar ontmoette hij enige leerlingen aan wie hij vroeg:

“Hebt gij de heilige Geest ontvangen

toen ge het geloof hebt aangenomen?”

Zij antwoordden:

“Wij hebben niet eens gehoord

dat er een heilige Geest bestaat.”

Toen zei hij:

“Hoe zijt ge dan gedoopt?”

Ze antwoordden:

“Met het doopsel van Johannes.”

Paulus hernam:

“Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering,

maar hij zei aan het volk

dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.”

Toen zij dit gehoord hadden

lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus.

Nadat Paulus hun de handen had opgelegd

kwam de heilige Geest over hen.

 

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 14,15-17

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.

Dan zal de Vader op mijn gebed

u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven:

de Geest van de waarheid

voor wie de wereld niet ontvankelijk is

omdat zij Hem niet ziet en niet kent.

Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.”

 

Zaterdag 11 en zondag 12 juni 2022 C-jaar Heilige Drie-Eenheid

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 5,1-5

Broeders en zusters,

Gerechtvaardigd door het geloof

leven wij in vrede met God

door Jezus Christus onze Heer.

Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten

tot die genade waarin wij staan;

door Hem ook mogen wij ons beroemen

op onze hoop op de heerlijkheid Gods.

Meer nog,

wij zijn zelfs trots op onze beproevingen,

in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,

volharding tot beproefde deugd

en deze weer tot hoop.

En de hoop wordt niet teleurgesteld,

want Gods liefde is in ons hart uitgestort

door de heilige Geest die ons werd geschonken.

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 16,12-15

In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Nog veel heb Ik u te zeggen,

maar gij kunt het nu nog niet dragen.

Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid,

zal Hij u tot de volle waarheid brengen;

Hij zal niet uit zichzelf spreken

maar spreken al wat Hij hoort

en u de komende dingen aankondigen.

Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen

wat Hij van Mij ontvangen heeft.

Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen

wat Hij van Mij ontvangen heeft.

Al wat de Vader heeft is het Mijne.”

 

Zaterdag 18 en zondag 19 juni 2022 C-jaar Sacramentsdag

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 11, 23-26

Broeders en zusters,

Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen

die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:

dat de Heer Jezus

in de nacht waarin Hij werd overgeleverd

brood nam

en na gedankt te hebben het brak

en zei:

“Dit is mijn lichaam voor u.

Doet dit tot mijn gedachtenis.”

Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker

met de woorden:

“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.

Doet dit

elke keer dat gij hem drinkt

tot mijn gedachtenis.”

Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt

verkondigt gij de dood des Heren

totdat Hij wederkomt.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 9,11b-17

In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods;

en wie genezing nodig hadden genas Hij.

Toen de dag ten einde begon te lopen

kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden:

“Stuur de mensen weg;

dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak te vinden,

want hier zijn we op een eenzame plek.”

Maar Hij antwoordde:

“Geeft gij hun maar te eten.”

“Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen”,

zeiden ze,

“of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.”

Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen.

Hij gelastte nu zijn leerlingen:

“Laat hen gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.”

Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen.

Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen,

sloeg de ogen ten hemel,

sprak er de zegen over uit,

brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen

om ze aan de menigte voor te zetten.

Allen aten tot ze verzadigd waren

en wat zij overhielden haalde men op,

twaalf korven met brokken.

 

Zaterdag 25 en zondag 26 juni 2022 C-jaar

Dertiende zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 5,1.13-18

Broeders en zusters,

Voor de vrijheid heeft Christus ons vrij gemaakt.

Houdt dus stand

en laat u niet weer het slavenjuk opleggen.

Gij werdt geroepen om vrije mensen te zijn.

Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht;

dient elkaar in liefde.

Want de hele wet is vervat in dit éne gebod:

“Bemin uw naaste als uzelf.”

Maar als ge elkaar blijft bijten en klauwen,

vrees ik dat ge elkaar op de duur zult verslinden.

Ik bedoel dit:

leeft naar de Geest,

dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert.

Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest,

en omgekeerd,

het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme.

Die twee liggen met elkaar overhoop,

zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen.

Maar als ge u door de Geest laat leiden,

staat ge niet onder de wet.

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 9,51-62

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden,

aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem

en zond boden voor zich uit.

Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp

om er zijn verblijf voor te bereiden.

Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet,

omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.

Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze:

“Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen

om hen te verdelgen?”

Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht.

Daarop vertrokken zij naar een ander dorp.

Terwijl zij onderweg waren zei iemand tot Hem:

“Ik zal u volgen, waar Gij ook heen gaat.”

Jezus sprak tot Hem:

“De vossen hebben holen en de vogels hun nesten,

maar de Mensenzoon

heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.”

Tot een ander sprak Hij:

“Volg Mij.”

Deze vroeg:

“Heer,

laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven.”

Jezus zei tot hem:

“Laat de doden hun doden begraven;

maar gij,

ga heen en verkondig het Rijk Gods.”

Weer een ander zei:

“Ik zal U volgen, Heer,

maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.”

Tot hem sprak Jezus:

“Wie de hand aan de ploeg slaat

maar omziet naar wat achter hem ligt,

is ongeschikt voor het Rijk Gods.”

 

Zaterdag 2 en zondag 3 juli 2022 C-jaar

Veertiende zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 6,14-18

Broeders en zusters,

God beware mij ervoor op iets anders te roemen

dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus,

waardoor de wereld voor mij gekruisigd is

en ik voor de wereld.

Besneden zijn betekent niets,

en onbesneden zijn betekent niets.

Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn!

Vrede en barmhartigheid kome over allen

die naar dit beginsel willen leven,

en over heel het volk Gods!

Laat voortaan niemand mij lastig vallen

want ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam.

Broeders en zusters,

de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u.

Amen.

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,1-12.17-20 (of: Lucas 10,1-9)

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan

en zond hen twee aan twee voor zich uit

naar alle steden en plaatsen

waarheen Hijzelf van plan was te gaan.

Hij sprak tot hen:

“De oogst is groot,

maar arbeiders zijn er weinig.

Vraagt daarom de Heer van de oogst

arbeiders te sturen om te oogsten.

Gaat dan,

maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven.

Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel

en groet niemand onderweg.

In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn:

Vrede aan dit huis!

Woont daar een vredelievend mens,

dan zal uw vrede op hem rusten;

zo niet, dan zal hij op u terugkeren.

Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden;

want de arbeider is zijn loon waard.

Gaat niet van het ene huis naar het andere.

In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt,

eet wat u wordt voorgezet,

geneest de zieken die er zijn

en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.”

(In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt:

Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af.

Maar weet dit wel: Het Rijk Gods is nabij.

“Ik zeg u:

die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad.”

De tweeënzeventig keerden vol blijdschap terug en zeiden:

“Heer, zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw naam.”

Hij zeide tot hen:

“Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen. Ik heb u macht gegeven

op slangen en schorpioenen te treden,

te heersen over heel de kracht van de vijand;

en niets zal u kunnen schaden.

Toch moet ge u niet verheugen over het feit

dat de duivels aan u onderworpen zijn,

maar verheugt u

omdat uw namen staan opgetekend in de hemel”.)