Lezingen en Evangelie juli – augustus – september 2022

Zaterdag 9 en zondag 10 juli 2022 C-jaar

Vijftiende zondag door het jaar

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse 1, 15-20

Broeders en zusters,

Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God,

de eerstgeborene van heel de schepping.

Want in Hem is alles geschapen

in de hemelen en op de aarde,

het zichtbare en het onzichtbare,

tronen en hoogheden,

heerschappijen en machten.

Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.

Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is.

Hij is de oorsprong,

de eerste die van de dood is opgestaan

om in alles de hoogste te zijn,

Hij alleen.

Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid

om door Hem het heelal met zich te verzoenen

en vrede te stichten door het bloed,

aan het kruis vergoten

om alles in de hemel en op aarde te verzoenen,

door Hem alleen.

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10, 25-37

In die tijd trad een wetgeleerde naar voren

om Jezus op de proef te stellen.

Hij zeide:

“Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”

Jezus sprak tot hem:

“Wat staat er geschreven in de wet?

Wat leest ge daar?”

Hij gaf ten antwoord:

“Gij zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart en met geheel uw ziel;

met al uw krachten en geheel uw verstand;

en uw naaste gelijk uzelf.”

Jezus zei: “Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.”

Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden,

sprak de wetgeleerde tot Jezus:

“En wie is dan mijn naaste?”

Nu nam Jezus weer het woord en zei:

“Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho,

in handen van rovers.

Ze plunderden en mishandelden hem

en toen ze aftrokken lieten ze hem half dood liggen.

Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg;

hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen.

Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem,

maar liep in een boog om hem heen.

Toen kwam een Samaritaan die op reis was bij hem,

hij zag hem en kreeg medelijden;

hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze;

daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier,

bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.

De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn,

gaf ze aan de waard en zei:

“zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden,

zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.”

Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn

van de man die in handen van de rovers gevallen is?”

Hij antwoordde:

“Die hem barmhartigheid betoond heeft.”

En Jezus sprak:

“Ga dan en doet gij evenzo.”

 

 

Zaterdag 16 en zondag 17 juli 2022 C-jaar

Zestiende zondag door het jaar

Eerste lezing uit het boek Genesis 18,1-10a

In die dagen verscheen de HEER aan Abraham

bij de eik van Mamre,

terwijl hij op het heetst van de dag

bij de ingang van zijn tent zat.

Hij sloeg zijn ogen op

en zag plotseling drie mannen voor zich staan.

Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe.

Hij boog diep en zei:

“Wees zo welwillend, heer,

uw dienaar niet voorbij te gaan.

Ik zal water laten brengen;

was uw voeten en rust hier onder de boom.

Ik zal brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis;

gij zijt niet voor niets bij uw dienaar langs gekomen.”

Zij zeiden: “Heel graag.”

Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei:

“Neem gauw drie maten fijn meel, kneed het en bak er koeken van.”

Daarna liep Abraham naar de kudde,

zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht

om het snel klaar te maken.

Toen bracht hij hun kaas en melk,

en het kalf dat hij had laten toebereiden,

en zette hun dat alles voor.

Terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom.

Toen vroegen ze hem: “Waar is Sara, uw vrouw?”

Abraham antwoordde: “Daar in de tent.”

Toen zei de bezoeker:

“Over een jaar kom Ik weer bij u terug;

dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,38-42

In die tijd kwam Jezus in een dorp

en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning.

Ze had een zuster, Maria, die

– gezeten aan de voeten van de Heer –

luisterde naar zijn woorden.

Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen,

maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei:

“Heer, laat het U onverschillig,

dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?

zeg haar dan dat ze mij moet helpen.”

De Heer gaf haar ten antwoord:

“Marta, Marta,

wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen.

Slechts één ding is nodig.

Maria heeft het beste deel gekozen

en het zal haar niet ontnomen worden.”

 

Zaterdag 23 en zondag 24 juli 2022 C-jaar

Zeventiende zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse 2,12-14

Broeders en zusters,

In de doop zijt gij met Christus begraven,

maar ook met Hem verrezen,

door uw geloof in de kracht van God

die Hem uit de dood deed opstaan.

Ook u

die dood waart ten gevolge van uw zonden

en door uw morele onbehouwenheid

heeft God weer levend gemaakt met Hem.

Hij heeft ons al onze zonden vergeven.

Hij heeft de oorkonde verscheurd,

die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde.

Hij heeft haar vernietigd en aan het kruis genageld.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,1-13

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.

Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem:

“Heer,

leer ons bidden,

zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.”

Hij sprak tot hen:

“Wanneer ge bidt, zegt dan:

Vader, uw Naam worde geheiligd,

uw Rijk kome.

Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,

en vergeef ons onze zonden,

want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.

En leid ons niet in bekoring.”

Hij vervolgde:

“Stel, iemand van u heeft een vriend.

Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt:

Vriend, leen mij drie broden,

want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen

en ik heb niets om hem voor te zetten.

Zou die ander van binnen uit dan antwoorden:

Val me niet lastig;

de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed;

ik kan niet opstaan om het u te geven?

Ik zeg u,

als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is,

zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft,

om zijn onbescheiden aandringen.

Tot u zeg Ik hetzelfde:

Vraagt en u zal gegeven worden;

zoekt en gij zult vinden;

klopt en er zal worden opengedaan.

Want al wie vraagt verkrijgt;

wie zoekt vindt;

en voor wie klopt doet men open.

Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven

als deze hem om brood vraagt?

Of als hij om vis vraagt

zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven?

Of als hij een ei vraagt

zal hij hem toch geen schorpioen geven?

Als gij dus – ofschoon ge slecht zijt –

goede gaven aan uw kinderen weet te geven,

hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel

de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”

 

Zaterdag 30 en zondag 31 juli 2022 C-jaar

Achttiende zondag door het jaar.

Eerste lezing uit het boek Prediker 1,2; 2,21-23

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker,

ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!

Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen

met wijsheid en kennis van zaken,

maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen,

die zich niet inspanden.

Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid.

Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter,

en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?

Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon;

zelfs ’s nachts vindt hij geen rust;

ook dat is ijdelheid.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 12,13-21

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus:

“Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.”

Maar Jezus antwoordde hem:

“Man, wie heeft mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?”

En Hij sprak tot hem:

“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!

Want geen enkel bezit, – al is het nog zo overvloedig –

kan uw leven veilig stellen.”

Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:

“Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.

Daarom overlegde deze bij zichzelf:

Wat moet ik doen?

Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.

En hij zei:

Dit ga ik doen:

ik breek mijn schuren af en bouw grotere:

daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen.

Dan zal ik tot mijzelf zeggen:

Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren;

rust nu uit,

eet en drink en geniet ervan!

Maar God sprak tot hem:

Dwaas!

Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;

en al die voorzieningen die je getroffen hebt,

voor wie zijn die dan?

Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf,

maar niet rijk is bij God.”

 

Zaterdag 6 en zondag 7 augustus 2022 C-jaar

Negentiende zondag door het jaar.

Eerste lezing uit het boek Wijsheid 18, 6-9

De nacht van de uittocht uit Egypte

was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd.

Zo konden ze vol vreugde de vervulling verwachten

van de beloften waarop ze vertrouwden.

Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding der rechtvaardigen

en de ondergang van hun vijanden.

De straf, die Gij onze vijanden deedt ondergaan

werd voor ons, uitverkorenen, een zege.

Want de kinderen der vromen

hadden in stilte het offermaal gebruikt,

en zich met een heilige belofte verplicht

dat ze gelijkelijk het goede zouden delen en de gevaren trotseren,

en daarom hadden de vromen reeds hun oude liederen aangeheven.

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 12,32-48 (of: Lucas 12, 35-40)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

(“Weest niet bevreesd, kleine kudde;

het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.

Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen;

verschaft u beurzen die niet verslijten,

en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel,

waar geen dief komt en geen mot hem bederft.

Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.)

Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend!

Gedraagt u als mensen

die wachten op de terugkomst van hun heer

die naar de bruiloft is,

om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen.

Gelukkig de dienaars

die de heer bij zijn komst wakende zal vinden.

Voorwaar, Ik zeg u:

Hij zal zich omgorden

en hij zal hen aan tafel nodigen

en langs hen gaan om te bedienen.

Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake,

gelukkig die dienaars die hij zo aantreft.

Begrijpt dit wel:

als de eigenaar van het huis wist

op welk uur de dief zou komen,

zou hij niet laten inbreken in zijn huis.

Weest ook gij bereid,

omdat de Mensenzoon komt

op het uur waarop gij het niet verwacht.”

(Petrus vroeg Hem nu:

“Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?”

De Heer sprak:

“Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn,

die de Heer over zijn dienstvolk zal aanstellen

om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven?

Gelukkig de knecht

die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt.

Waarlijk ik zeg u:

Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.

Maar, zegt die knecht bij zichzelf:

Mijn heer blijft nog wel een poosje weg,

en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan,

en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank,

dan zal de heer van die knecht komen

op een dag dat hij hem niet verwacht

en op een uur dat hij niet kent;

en hij zal hem met het zwaard straffen

en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen.

De knecht die de wil van zijn heer kende,

maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil,

zal zwaar getuchtigd worden.

Wie echter in onwetendheid

dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen,

zal slechts licht gestraft worden.

Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist;

en van hem aan wie veel is toevertrouwd

zal des te meer worden gevraagd.”)

 

Zaterdag 13 en zondag 14 augustus 2022 C-jaar

Maria Ten Hemelopneming

Eerste lezing uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes Apokalyps11,19a; 12,1-6a.10ab

Toen ging de tempel van God in de hemel open,

en er verscheen een groot teken aan de hemel:

een Vrouw,

bekleed met de zon, de maan onder haar voeten

en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood.

Toen verscheen aan de hemel een ander teken:

een grote, vuurrode Draak.

Hij had zeven koppen en tien horens

en op elke kop een diadeem.

En zijn staart vaagde een derde deel van de sterren des hemels weg

en wierp ze op de aarde.

En de Draak stond voor de Vrouw die zou baren,

om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden.

En zij baarde een kind, een zoon,

die alle volken zal weiden met een ijzeren staf.

En haar kind werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon.

En de vrouw vluchtte naar de woestijn,

waar zij een plaats heeft door God bereid.

En ik hoorde een stem in de hemel roepen:

“Nu is gekomen het heil en de macht

en het koningschap van onze God

en de heerschappij van zijn Gezalfde.”

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 12,49-53

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Vuur ben Ik op aarde komen brengen,

en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!

Ik moet een doopsel ondergaan,

en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is.

Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen?

Neen zeg Ik u, juist verdeeldheid.

Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn;

drie zullen er staan tegenover twee

en twee tegenover drie;

de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader;

de moeder tegenover de dochter

en de dochter tegenover de moeder,

de schoonmoeder tegenover de schoondochter

en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”

 

Zaterdag 20 en zondag 21 augustus 2022 C-jaar

Eenentwintigste zondag door het jaar

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 66,18-21

Dit zegt de HEER:

“Ik ken hun werken en hun gedachten,

Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen

en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen.

Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten.

Die gespaard gebleven zijn

zal Ik uitzenden naar de volkeren,

zelfs naar de verwijderde kusten

waar mijn faam nog niet is doorgedrongen,

en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd;

onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen.

En op paarden en wagens, in karossen,

op muildieren en dromedarissen

zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen

op mijn heilige berg in Jeruzalem

en ze de HEER aanbieden als een offergave,

zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden

in de tempel van de HEER.

En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,”

zo spreekt de HEER.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 13, 22-30

In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen,

en gaf er onderricht

en Hij zette zijn reis voort naar Jeruzalem.

Iemand vroeg Hem:

“Heer, zijn het er weinig die gered worden?”

Maar Hij sprak tot hen:

“Spant u tot het uiterste in

om door de nauwe deur binnen te komen,

want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen,

maar zij zullen daar niet in slagen.

Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft

en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen

en begint te roepen: Heer, doe open!

zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt.

Dan zult ge opwerpen:

In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken,

en in onze straten hebt ge onderricht gegeven.

Maar weer zal zijn antwoord zijn:

Ik weet niet waar gij vandaan komt.

Gaat weg van Mij, gij allen, die ongerechtigheid bedrijft.

Daar zal geween zijn en tandengeknars,

wanneer gij Abraham, Isaäk en Jakob en al de profeten

zult zien in het Rijk Gods,

terwijl ge zelf buitengeworpen zult zijn.

Zij zullen komen uit het oosten en het westen,

uit het noorden en het zuiden,

en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods.

Denkt eraan:

er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”

 

Zaterdag 27 en zondag 28 augustus 2022 C-jaar

Tweeëntwintigste zondag door het jaar

Eerste lezing uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 3,17-18.20.28-29

Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden,

en gij zult meer geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt.

Hoe meer aanzien ge hebt, des te meer moet ge u vernederen;

dan zult ge genade vinden bij God.

Want groot is de macht van de Heer,

maar Hij wordt geëerd door de nederigen.

Voor de kwaal van een hoogmoedige is er geen genezing,

want het kwaad wortelt in zijn hart.

Een verstandig mens overweegt gaarne spreuken,

en de wijze droomt van een aandachtig gehoor.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 14,1.7-14

Toen Jezus op een sabbat

het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging

om er de maaltijd te gebruiken,

hielden zij Hem voortdurend in het oog.

Daar Hij opmerkte

hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten,

hield Hij hun de volgende gelijkenis voor:

“Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd,

ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats.

Het zou kunnen zijn

dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd

die voornamer is dan gij,

en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen:

Sta uw plaats aan hem af.

Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen.

Maar wanneer ge ergens genodigd wordt,

ga dan op de minste plaats aanliggen.

Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt

zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op.

Zo zal u eer te beurt vallen

in het oog van allen die met u aanliggen.

Want al wie zichzelf verheft zal vernederd

en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.”

En Jezus zei ook nog, nu tot zijn gastheer:

“Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft,

nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit

en ook geen rijke buren.

Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen

en dat gij het dus terugkrijgt.

Maar als ge een gastmaal geeft,

nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit.

Gelukkig zult ge zijn

omdat zij het u niet kunnen vergelden.

Het zal u vergolden worden

bij de opstanding van de rechtvaardigen.”

 

Zaterdag 3 en zondag 4 september 2022 C-jaar

Drieëntwintigste zondag door het jaar

Eerste lezing uit het Boek der Wijsheid 9, 13-18b

Wie van de mensen kan Gods plan doorgronden,

wie ontdekken wat de Heer wil?

De gedachten der stervelingen zijn immers onzeker,

en twijfelachtig onze berekeningen.

Het vergankelijke lichaam is een last voor de ziel,

en onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest.

Wij begrijpen amper de dingen van deze wereld,

en wat voor de hand ligt kost ons nog moeite;

hoe zouden we dan het hemelse verstaan?

Wie zou uw wil kunnen kennen,

als Gij hem het inzicht niet geeft,

en uw heilige Geest niet van boven zendt?

Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan,

leren zij kennen wat U welgevallig is,

en worden zij door de wijsheid gered.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 14,25-33

In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee.

Hij keerde zich om en zei tot hen:

“Als iemand naar Mij toekomt,

die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen,

zijn broers en zusters,

ja zelfs zijn eigen leven niet haat,

kan hij mijn leerling niet zijn.

Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt,

kan hij mijn leerling niet zijn.

Als iemand van u een toren wil bouwen,

zal hij dan niet eerst

ervoor gaan zitten om een begroting te maken

of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien?

Anders zou het hem kunnen overkomen

– als hij de fundering heeft gelegd

en niet in staat is het werk te voltooien –

dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen:

Die man begon te bouwen,

maar hij was niet in staat het einde te halen.

Of welke koning zal

– als hij tegen een andere koning ten oorlog wil trekken –

niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is

om met tienduizend man het hoofd te bieden

aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt?

Zo niet,

dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is,

een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden.

Zo kan niemand van u mijn leerling zijn

als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”

 

Zaterdag 10 en zondag 11 september 2022 C-jaar

Vierentwintigste zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs 1,12-17

Dierbare,

Ik zeg dank aan Hem die mij sterkt,

aan Christus Jezus onze Heer,

dat Hij mij zijn vertrouwen heeft geschonken

door mij in zijn dienst te nemen,

hoewel ik eertijds een godslasteraar was,

een vervolger en geweldenaar.

Maar mij is barmhartigheid bewezen

omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.

En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig

en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.

Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig:

“Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.”

En de eerste van hen ben ik.

Daarom juist is mij barmhartigheid bewezen:

Jezus Christus wilde heel zijn lankmoedigheid bewijzen,

aan mij als eerste, als een model voor allen

die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen

en eeuwig leven winnen.

Aan de Koning der eeuwen,

aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God

zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen!

Amen.

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 15,1-32 (of: Lucas 15:1-10)

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag

bij Jezus om naar Hem te luisteren.

De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden:

“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”

Hij hield hun deze gelijkenis voor:

“Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft

en er één van verliest,

laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter

om op zoek te gaan naar het verlorene

totdat hij het vindt?

En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders

en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar

en zegt hun:

Deelt in mijn vreugde,

want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.

Ik zeg u:

zo zal er in de hemel meer vreugde zijn

over één zondaar die zich bekeert,

dan over negenennegentig rechtvaardigen

die geen bekering nodig hebben.

Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest,

steekt niet een lamp aan,

veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt?

En als ze het gevonden heeft

roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt:

Deelt in mijn vreugde,

want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden.

Zo zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God

over één zondaar die zich bekeert.”

(Hij sprak:

“Een man had twee zonen.

Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:

Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.

Niet lang daarna pakte de jongste alles bij elkaar

en vertrok naar een ver land.

Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.

Toen hij alles opgemaakt had

kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land

en hij begon gebrek te lijden.

Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land

die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.

En al had hij graag zijn buik willen vullen

met de schillen die de varkens aten,

niemand gaf ze hem.

Toen kwam hij tot nadenken en zei:

Hoeveel dagloners van mijn vader ebben eten in overvloed,

en ik verga hier van honger.

Ik ga weer naar mijn vader

en ik zal hem zeggen:

Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;

ik ben niet meer waard uw zoon te heten

maar neem mij aan als een van uw dagloners.

Hij ging dus op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem al in de verte aankomen

en hij werd door medelijden bewogen;

hij snelde op hem toe,

viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.

Maar de zoon zei tot hem:

Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;

ik ben niet meer waard uw zoon te heten.

Doch de vader gelastte zijn knechten:

Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,

steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.

Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,

want deze zoon van mij, was dood en is weer levend geworden,

hij was verloren en is teruggevonden.

Ze begonnen dus feest te vieren.

 

Intussen was zijn oudste zoon op het land.

Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde

hoorde hij muziek en dans.

Hij riep een van de knechten

en vroeg wat dat te betekenen had.

Deze antwoordde:

Uw broer is thuisgekomen

en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten

omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.

Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.

Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong

gaf hij zijn vader ten antwoord:

Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,

toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven

om eens met mijn vrienden feest te vieren.

En nu die zoon van u is teruggekomen

die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,

hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.

Toen antwoordde de vader:

Jongen, jij bent altijd bij me

en alles van mij is ook van jou.

Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,

omdat die broer van je dood was en levend is geworden.”)

 

Zaterdag 17 en zondag 18 september 2022 C-jaar

Vijfentwintigste zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de Profeet Amos 8,4-7

Hoort toe, gij die de armen verdrukt

en de misdeelden in het land verdelgt,

gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij?

dan kunnen we ons koren verkopen!

En wanneer de Sabbat?

dan kunnen we ons graan uitstallen.

Dan verkleinen wij de korenmaat,

dan verhogen wij de prijs

en bedriegen wij met een vervalste weegschaal.

Dan kopen wij de kleine man voor geld,

de arme voor een paar schoenen,

en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren.

De HEER heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob:

Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!

Zo spreekt de Heer.

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 16,1-13 (of: Lucas 16,10-13)

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:

(“Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester

die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte.

Hij riep hem dus en vroeg:

Wat hoor ik daar van u?

Geef rekenschap van uw beheer,

want gij kunt niet langer rentmeester blijven.

Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf:

Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt?

Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij.

Ik weet al wat ik ga doen,

opdat ik na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind.

Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één,

en zei tot de eerste:

Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?

Deze antwoordde:

Honderd vaten olie.

Maar hij zei:

Hier hebt ge uw schuldbekentenis;

ga gauw zitten en schrijf: vijftig.

Daarop vroeg hij nog aan een tweede:

En hoeveel zijt gij schuldig?

Deze antwoordde:

Honderd maten tarwe.

Hij zei hem:

Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.

De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester

dat hij met overleg had gehandeld,

want de kinderen van deze wereld

handelen onderling met meer overleg

dan de kinderen van het licht.

Zo zeg Ik u ook:

Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon,

opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen –

u in de eeuwige tenten opnemen.)

Wie betrouwbaar is in het kleinste

is ook betrouwbaar in het grote;

en wie onrechtvaardig is in het kleinste

is ook onrechtvaardig in het grote.

Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest

met betrekking tot de onrechtvaardige mammon,

wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?

Als ge niet betrouwbaar zijt geweest

in het beheren van andermans goed,

wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen?

Geen knecht kan twee heren dienen,

want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben,

ofwel de een aanhangen en de ander verachten.

Gij kunt niet God dienen en de mammon.”

 

Zaterdag 24 en zondag 25 september 2022 C-jaar

Zesentwintigste zondag door het jaar.

Eerste lezing uit de profeet Amos 6,1a.4-7

Dit zegt de almachtige HEER:

“Wee, de zorgelozen in Sion,

de zelfverzekerden op Samaria”s berg.

Zij liggen op ivoren bedden

en strekken zich uit op hun rustbanken;

zij eten de lammeren van de kudde op

en de kalveren uit de stal.

Zij verzinnen maar liederen

bij het getokkel van de harp,

en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart;

zij drinken wijn uit brede schalen

en zalven zich met de kostelijke olie,

maar om Jozef”s ondergang bekreunen zij zich niet.

Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in,

en is het gedaan met de feesten

van hen die daar lui liggen uitgestrekt.”

Zo spreekt de Heer

Evangelie

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 16, 19-31

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën:

“Er was eens een rijk man

die in purper en fijn linnen gekleed ging

en iedere dag uitbundig feest vierde,

terwijl een arme, die Lazarus heette,

met zweren overdekt voor de poort lag.

Hij verlangde ernaar zijn honger te stillen

met wat bij de rijkaard van de tafel viel.

Maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten.

Nu gebeurde het dat de arme stierf

en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen.

De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis.

In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen,

sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham

en Lazarus in diens schoot.

Toen riep hij uit:

Vader Abraham, ontferm u over mij

en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen

en mijn tong daarmee te komen verfrissen,

want ik word door de vlammen hier gefolterd.

Maar Abraham antwoordde:

Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven

uw deel van het goede hebt gekregen

en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel;

daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting

maar wordt gij gefolterd.

Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof,

zodat er geen mogelijkheid bestaat,

– zelfs al zou men het willen –

van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.

De rijke zei:

Dan vraag ik u, vader,

dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen,

want ik heb nog vijf broers;

laat hij hen waarschuwen,

opdat zij niet eveneens

in deze plaats van pijniging terecht komen.

Maar Abraham sprak:

Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren.

Maar hij zei:

Och neen, vader Abraham!

Maar als er een uit de doden naar hen toegaat,

zullen ze zich bekeren.

Hij echter sprak tot hem:

Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,

zullen ze zich ook niet laten overreden

als er iemand uit de doden opstaat.”