DEELNAME

In steden worden meer kerken gesloten als in dorpen. Zijn dorpen dan financieel rijker als steden? Dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er in (onze) dorpen meer gemeenschapszin te bespeuren valt als in menige stad. Zou het dan niet goed zijn om dat gevoel ook levend te houden? Verenigingen, clubs, sociëteiten, enz. leven dankzij de leden die naar bijeenkomsten, vergaderingen en vieringen komen. Als er niemand meer komt, houdt de vereniging vanzelf op te bestaan.

Een tijdje geleden zei ik in een van onze kerken dat ik je persoonlijke band met Jezus Christus belangrijker vind als elke zondag naar de kerk te gaan. De zondagsviering heb ik daarmee helemaal niet aan de kant willen schuiven. Integendeel. Het is een kwestie van en/en, niet van of/of.

In onze parochies proberen we elke zondag met een aantal mensen (kosters, misdienaars, acolieten, zangers/zangeressen, lectoren, bloemverzorgsters en nog anderen) een viering aan te bieden voor onze gemeenschappen. Dat kan een eucharistie viering zijn of een woord- en communieviering. Daar komen we bijeen om ons geloof en onze gemeenschap te vieren – en daarmee te versterken. Heel belangrijk daarbij vind ik dat de leden van onze gemeenschap daaraan deelnemen. Dat wil zeggen: je bent uitgenodigd om mee te zingen, mee te bidden, mee te denken. Jouw deelname zal mede het gehalte van de viering bepalen. In die mate dat je (zèlf écht) deelneemt, zul je ook iets meekrijgen van deze bijeenkomst.

Een jaar of 50 en meer was het de gewoonte voor katholieken om zowat elke zondag naar de kerk te gaan. Het werd door een aantal mensen ook ervaren als een verplichting. (Als dit laatste het geval is, dan schieten we ons doel natuurlijk finaal voorbij.) Maar het is misschien zinvol om eens na te denken over dit: soms iets doen waar je geen zin in hebt maar waarvan je voelt/weet/meent dat het toch goed is om te doen, is dat verkeerd? Wie bepaalt het antwoord hierop? De buurman, een journalist of collega – of jij zelf?

Ik wens jullie een vruchtbare zoektocht.

René Graat mhm,

pastoor

 

KERSTKAART

We hebben pas geleden Kerstmis (en Nieuwjaar) gevierd. In die tijd hebben we elkaar veel goeds toegewenst. Dat deden we op allerlei manieren: al pratend, per e-mail of een ander middel van de sociale media, per kaart via de post of met een handdruk.

De goede wensen zijn eigenlijk voor het hele jaar.

Maar over enkele weken – of minder – zijn we die wellicht vergeten. Zou het daarom misschien een idee zijn om één kerst/nieuwjaarskaart te laten hangen waar die nu hangt tussen al de andere die binnenkort naar de oud papier doos verhuizen? Om je eraan te herinneren dat je anderen iets goeds toewenst.

Om voor iemand anders een plek te zijn waar die ander zich, al is het maar even, thuis kan voelen – ook tijdens de nalente of de zomer. Om een plek te zijn waar liefde is, waar de ander mag zijn wie hij of zij is. Ook in de herfst of in de winter.

Waarom? Met Kerstmis hebben we herdacht dat God onder ons is gekomen en dat Jezus de norm van het leven is voor hen die zich christenen noemen.

Van 1 januari tot en met 31 december.

Vandaar die kerstkaart. Een reminder, ofwel: herinnering om iets te doen.

Namens de andere leden van het parochiebestuur, wens ik jullie allen een gezegend 2019!

 

René Graat mhm

pastoor

GELD: DOEL OF HULP/TEKEN?

Volwassen mensen nemen de verantwoordelijkheden op zich die horen bij de keuzes die ze maken. Als je ervoor kiest om bij een gemeenschap te horen, dan hoort daar ook bij dat je positief en constructief wilt bijdragen aan het leven en de ontwikkeling van die gemeenschap. Ik heb het over onze geloofs-gemeenschap die probeert hand en voet te geven aan de boodschap van Jezus Christus en die een gemeenschappelijk geloof samen beleeft. Daarbij staat “gemeenschap” voorop en daarbij is “organisatie” dienstbaar aan de gemeenschap. 

Bij die organisatie hoort ook financiële ondersteuning. Met uw (gezins)bijdrage kan onze gemeenschap verder gaan met haar werk. Dat is al heel wat jaren zo bewezen. Toch zijn er mensen die menen dat de ‘kerk’ genoeg geld heeft van zichzelf en dat Rome (?) geld zat heeft, vanuit bronnen waarvan sommigen een bestaan vermoeden maar die er in feite helemaal niet zijn. Ik word soms pijnlijk getroffen door mensen die proberen maximale diensten uit onze gemeenschap te halen voor minimale bijdragen.

Komt dit niet neer op je eigen beurs bestelen? 

We zijn – of proberen te zijn – een gemeenschap waar nou eenmaal ook geld voor nodig is. 

Hen, die menen dat “de kerk geld genoeg heeft”, verwijs ik naar de vele parochies waarvan de kerken gesloten zijn… 

Lang geleden toen jonge mensen nog trouwden vanuit het ouderlijk huis – toen men nog niet ging samenwonen voor het huwelijk – bestond de regel: als een gezin (minstens 4 jaar) had bijgedragen aan de gezinsbijdrage, dan hoefde men niet te betalen voor de huwelijksmis. Tegenwoordig wonen mensen samen vóór de huwelijksviering – ook omdat daar een financiële basis voor is. Daarmee kunnen ze ook, als ze dat willen, bijdragen aan de geloofsgemeenschap. 

Er zijn heel wat vrijwilligers in onze parochies die hun tijd en energie beschikbaar stellen voor de gemeenschap. Gratis. Dat spaart veel geld uit. Ik hoop dat mensen hierdoor aangezet worden om mee te (gaan/blijven) doen aan de gezinsbijdrage. Geld zegt niet alles, maar het is toch een teken van jouw/uw deelname aan onze gemeenschap. 

Namens het parochiebestuur wens ik u allen zinvolle kerstdagen en een gezegend nieuw jaar. 

René Graat mhm

pastoor

UITDAGING OF UITZICHTLOZE ZORG?

Er zullen niet al te veel mensen zijn die met hun kennis van de basisschool of die van de onderbouw van het middelbaar onderwijs naar een baan gaan solliciteren. Als ze dat wèl zouden doen, dan zullen ze toch erg beperkt zijn in hun keuzemogelijkheden. Ik denk dat veruit de meesten nog wat meer proberen te leren voordat ze hun verdere toekomst beginnen uit te stippelen.

Als ik luister naar wat mensen weten – en te vertellen hebben – over geloven, God, kerk, Evangelie, geloofsgemeenschap enz. dan verbaast het me nogal eens dat hun kennis daarover niet veel verder gaat als dat wat ze tot + hun vijftiende hebben opgestoken. Iets te doen aan het gebrek aan bereidheid om meer te weten te komen over Jezus Christus en zijn boodschap – het Evangelie – is voor mij vandaag de dag de grootste uitdaging – al moet ik in alle eerlijkheid ook zeggen: vaker als eens is het een zorg die me ’s nachts wakker houdt en waarop ik het antwoord niet weet.

 Als u wilt, sla er dan nog maar eens mijn artikel van vorige maand op na: “wie bepaalt wat?”: www.clusterterlinden.nl en klik op clusterinformatie en woord van pastoor. 

René Graat, mhm

pastoor

WIE BEPAALT WAT?

Tijdens de weekeind vieringen van 15/16 september j.l. ging het in de kerk over een vraag die Jezus stelde/stelt aan de mensen die hem volgen: “Wie ben ik voor jou?” (Mc. 8, 29). Op die vraag kun jij alleen antwoorden. Niemand anders kan dat in jouw plaats doen. Anderen kunnen je misschien inspireren, maar op deze vraag, waarvan je hele geloof afhangt, kun je alleen reageren vanuit het diepste van je eigen hart.

Ik hoor nogal eens de opmerking: ik wil op mijn eigen manier bepalen hoe ik met mijn geloof omga. Daarmee geven mensen aan dat ze niets opgelegd willen krijgen van buitenaf.

Inspiratie, misschien, maar geen regels. Zelf denk ik dat God het niet anders zou willen. Ik schrijf u dit omdat ik bovenstaande vraag van Jezus Christus van leven gevend belang vind. Maar ook omdat het antwoord daarop vertroebeld kan worden door totaal verkeerde gebeurtenissen in de katholieke kerk die de laatste tijd vaak in het nieuws komen. Wat betreft de mensen die zich schuldig maken aan kindermisbruik, daar heeft Jezus geen goed woord voor over: “Wie een van deze kinderen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.” (Mt. 18, 6). Nergens anders in het Evangelie is Hij zo hard. Daarom is het zo onbegrijpelijk dat mensen die hadden moeten (en kunnen) ingrijpen, dat niet gedaan hebben.

Kan het gedrag van anderen mijn diepste overtuiging ondersteboven halen? Vooral als het gaat over die allerbelangrijkste vraag van Jezus Christus?

Velen van ons zijn geschokt, hebben vertrouwen in bepaalde mensen verloren en er zijn veel vragen en de nodige twijfels achter gebleven.

Net zo min als ik me door iemand anders zinloze wetten laat voorschrijven, zal ik ook mijn diepste overtuiging niet opgeven vanwege de schandalen van anderen.

René Graat, mhm

pastoor

MISDIENAARSREISJE – VOOR GROTE MENSEN

Op 7 juli hebben we een reisje georganiseerd voor de misdienaars van onze parochies. Er waren ruim 20 kinderen met 5 afmeldingen vanwege ziekte en vakantie. Gelukkig waren een aantal ouders bereid om mee te begeleiden en te rijden zodat we een (dure) bus konden uitsparen. 

De reis ging naar het blote voeten pad en het klimbos in Brunssum. Ondergetekende heeft ook meegelopen op dat pad. Onder m’n voeten heb ik weinig of geen eelt zodat die wandeling meer op een kruisweg leek als op een prettige wandeling. 

Ik heb veel geleerd van onze kinderen. Op dat pad lagen nogal wat hindernissen. Die hebben ze genomen, allemaal. Ze konden er ook omheen, als ze dat wilden. Maar nee: ze moedigden elkaar aan – met veel geduld – om niet bang te zijn, te vertrouwen op hun eigen kracht en door te gaan. Uiteindelijk trokken ze elkaar er door. Ze hadden veel eelt onder hun voeten en geen aan hun hart. In hun enthousiasme hebben ze wel enkele ‘schatten’ links laten liggen, zoals de oneindige cirkel, het spreukenparkje en zo. Dat is niet erg: je hoeft niet alles in één jaar te leren. 

Later, in het klimbos, ben ik niet mee de bomen ingekropen omdat ik liever van de grond wilde zien hoe het hen daarboven verging en of er eentje in moeilijkheden zou geraken. Ook daar zag ik staaltjes van saamhorigheid: goede raad met voorbeelden, bemoedigingen, geduld. En het gemak waarmee kleinere kinderen grotere hielpen en hoe gemakkelijk dat geaccepteerd werd. Of hoe een meisje aan het einde van haar (tweede) baan kwam waar ze via een tokkelbaan (soort kabelbaan met een katrol) naar beneden moest glijden. Er kon niets fout gaan maar ze durfde niet. Ze huilde. Om en onder haar stonden kinderen en groten haar aan te moedigen. Een begeleidster van het bos kwam er aan te pas. Intussen konden heel wat klimmers niet meer verder. Er was geen geroep, geen geduw, maar wèl geduld en begrip. Tenslotte waagde ze de sprong en kwam goed en huilend op de grond. Ze maakte zich los van de beveiliging en weg was ze. Later ging ik haar zoeken om te zien hoe ze er aan toe was. 

Ze zat intussen weer in de bomen! 

Ik hoop dat de vakantie jullie allemaal zó bemoedigd heeft. 

René Graat mhm

pastoor

HEB IK HEN NODIG OF HEBBEN ZIJ MIJ NODIG?

Nogal eens gehoord: “Ik heb de kerk niet nodig om te bidden, te geloven of na te denken.” Wie is de kerk dan wel? Als je dit beperkt tot bisschoppen en pastoors, dan doe je de waarheid geweld aan: iedere gelovige hoort bij de kerk; als gemeenschap wel te verstaan en niet zozeer als organisatie. (Het woord ‘kerk’ komt van het Griekse word ‘kyriakos’: van de heer. De Fransen hebben een duidelijker woord daarvoor: église, wat ook uit het Grieks komt: ‘ekklesia’ en dàt betekent: vergadering en vooral: gemeenschap.)

Wat me wel eens opvalt is dat sommige mensen er soms stoffige ideeën op na houden wat de kerk betreft: ideeën en opvattingen van 50 en meer jaren geleden. En daarmee wordt de kerk aan de kant gezet als niet ter zake dienend. Begrijpelijk maar jammer, want jouw opleiding en vorming is toch ook niet blijven steken op de zesde klas van de lagere school?

We zijn er in de loop van de jaren steeds meer achter gekomen dat de kerk op de eerste plaats een gemeenschap is, van gelovigen, en niet zozeer een organisatie waarin enkelen bepalen wat wel of niet zou mogen.

In een gemeenschap gaan we voor elkaar, willen we elkaar bijstaan en helpen én inspireren. Zelf voel ik me vaak geïnspireerd door kleine kinderen die de eerste communie willen doen, of jonge mensen die, zoals enkele weken geleden, het Vormsel ontvingen, mensen die elkaar het sacrament van het huwelijk willen toedienen, mannen en vrouwen die zich inzetten voor anderen op allerlei manieren – en die zijn er veel! Kijk maar naar al de evenementen die we rijk zijn hier bij ons. Veel mensen houden onze gemeenschappen levend/ig. Dat betekent ook dat de twee vragen aan het begin van dit artikeltje beide met ‘JA’ kunnen beantwoord worden.

De belangrijkste vraag voor mij is niet of je elke zondag naar de kerk komt maar: wil je je ook, van tijd tot tijd, laten inspireren in en door je eigen geloofsgemeenschap? En wellicht kun je zelf ook anderen inspireren. Onderschat jezelf en anderen niet. Van tijd tot tijd samenkomen, ook in de kerk, kan de gemeenschap, en dus ook jou, goed doen.

Paulo Freire zegt:             niemand is zo rijk dat hij/zij niets te ontvangen heeft,

                                             niemand is zo arm dat hij/zij niets te geven heeft. 

Met die gedachten wens ik jullie allemaal een fijne vakantie,

René Graat mhm,

Pastoor

 

 

 

 

 

 

GELOVEN: WAAROM?

Waarom geloof je in God? Je kunt toch niet bewijzen dat hij bestaat? Inderdaad, dat klopt. Zo gauw je God kunt bewijzen, hem helemaal verklaren, be-vatten, dan praat je over iets wat je zelf hebt uitgevonden en niet over de God van Jezus Christus, de God van onze voor/ouders.

Het is hetzelfde als met de liefde: kun jij helemaal uitleggen waarom je van je partner houdt? Of je kind, een vriend, vriendin? Als je zegt: ja, omdat hij voor me zorgt, omdat ze naar me luistert of steunt, dan houd je van hem/haar omdat er iets voor je gedaan wordt. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar voor mij ruikt dat eerder naar ruilhandel als naar liefde.

Ware liefde is zomaar, om niet, gratis en daarom niet te snappen.

Zo is er nog meer: waarom is deze of die bloem daar mooi? Een lied, een feest, een kleed, een dans?

Ook dat kun je niet be-grijpen. Ze zijn allemaal mooi omdat ze meer bieden dan je kunt beredeneren. Zo is er nog meer in ons leven wat je niet kunt beredeneren. En vaak is het juist dàt wat het leven mooi maakt. Geloven-in-God hoort daar ook bij. Zijn aanwezigheid onder ons is iets waar je met je verstand niet rond komt.

Dat is maar goed, geloof ik, want als we kunnen bewijzen waarom je in God moet/mag/kunt geloven, dan is de aardigheid eraf.

De Fransen zeggen het mooi: Le cœur a ses raisons, que la raison ne connait pas”: het hart heeft zo haar redenen die de rede (verstand) niet kent. 

Ik wens u allen een mooie aanloop naar de vakantie.

René Graat mhm,

pastoor

ONZE TRADITIES: “SJTIEPE” OF IETS VOOR DE KLIKO?

In onze dorpen hebben we allerlei tradities.

Dat zijn gebeurtenissen, normen, herinneringen, feesten, waarden, enz. die hun oorsprong vinden bij onze voorouders in het verleden en die aan ons zijn doorgegeven van generatie op generatie. Zo kennen we carnaval, de kermis, Jonkheid, de Bronk, allerlei verenigingen zoals schutterij, fanfare, harmonie, sportclubs en ja: ook ons geloof. Veel van dit laatste is ons doorgegeven en daar doen we wat mee. Of niet.

Tradities zijn niet alleen herinneringen; ze zijn ook een hulp in ons leven. Zo brengen het jaarlijkse den halen en de kermis heel wat mensen niet alleen op de been maar ook bij elkaar. Zoals de “sjtiepe” (stutpalen) nodig zijn om de den de lucht in te heffen, zo hebben we tradities nodig om ons bij te staan in het leven.

We kunnen tradities ook aan de kant zetten omdat ze van vroeger zijn, zo van: ‘dat is niet meer van deze tijd’. Daar zouden we voorzichtig mee moeten zijn om niet het kind met het waswater weg te gooien. De vraag is: in welk soort maatschappij willen we leven? Een die alleen gericht is op organisatie en vooral economische groei op het oog heeft of een die ook gericht is op gemeenschap? In het eerste geval zullen er in de toekomst de nodige tradities verdwijnen en alleen die overblijven die ons materieel wat opleveren. In het tweede geval zullen tradities blijven om ervoor te zorgen dat we met elkaar blijven omgaan.

We hebben allerlei sociale vaardigheden, talenten die ons helpen om met plezier met elkaar om te gaan, samen iets organiseren voor het goed van iedereen. Onze tradities helpen ons daarbij en dat zullen ze blijven doen in die mate dat zo veel mogelijk mensen meedoen en -werken aan het den halen, de zomerkermis, het kleinste Festival van het Zuiden, de Bronk, muziek maken, Sinterklaas, KVW (KinderVakantieWeek), carnaval en nog veel meer.

Laten we onze zegeningen tellen….

René Graat mhm,

pastoor

VANDAAG EN MORGEN

Langzaam aan begint meer zichtbaar te worden van een samengaan tussen onze parochies van het Cluster Terlinden. Dat was te merken tijdens de Goede Week. Op Witte Donderdag hadden we één viering voor alle parochies in Banholt. Ik was blij dat er ook nogal wat mensen gekomen waren uit Reijmerstok en Noorbeek. Bij de Paaswake op paaszaterdag in Noorbeek waren ook heel wat mensen uit Banholt aanwezig (in Reijmerstok was later nog een Paaswake viering met JOKO). Meer mensen bij elkaar geven toch wat extra’s aan een viering in de kerk. Ik weet dat veel mensen het liefst de Missen en andere vieringen in hun eigen dorp hebben. Daar wil ik ook mee doorgaan zolang het ons gegeven is, maar soms is het goed iets sàmen met anderen te vieren zodat we die vieringen ook beter kunnen verzorgen. (Eendracht maakt macht, zeggen de Belgen).

Het begint allemaal in de eigen parochie: wat je niet in huis hebt, kun je ook niet naar buiten dragen. Daarom doet het geweldig goed te zien hoe een flink aantal mannen zich hebben ingezet voor het onderhoud van de banken in de kerk van Noorbeek – samen met de vloer waar ze op staan. Daar zitten honderden manuren in! Het is ook goed te horen – en te zien – dat er vrouwen zijn die zich inzetten voor het bijhouden en naaien van de kleren die nodig zijn voor de jaarlijkse Bronk, waar het weer op aan gaat. En zo zijn er nog meer mannen en vrouwen die een deel van de organisatie voor hun rekening nemen. We weten heel goed dat er zonder hen geen Bronk zou zijn.

Met uitzondering van de Jonkheid, die jaarlijks de organisatie van de Bronk op zich neemt zijn de meeste mensen die door het jaar heen actief zijn op allerlei gebied, van de 50+ leeftijd het is duidelijk dat zij dit willen, van zichzelf uit en niet omdat ze toch niet anders te doen zouden hebben. Zij geven beweging aan onze geloofsgemeenschap. Ik hoop en bid dat er over 10 – 20 jaar nog steeds mensen van dat kaliber zullen zijn die zich betrokken voelen.

Over dit laatste kan nog veel gezegd, geschreven en gedacht worden.

Uiteindelijk is het die generatie die daarover zal gaan beslissen…

René Graat mhm

pastoor