ONZE KERK: GEMEENSCHAP OF SUPERMARKTAANBIEDING?

Een gemeenschap ken je aan een aantal mensen die samen iets willen beleven, ondernemen of zijn. Die mensen weten ook dat het bestaan bepaald wordt door de inbreng van hen die zich lid van deze gemeenschap voelen.

Bij die inbreng hoort vaak ook een financiële bijdrage.

In een geloofsgemeenschap is dat ook zo. Als er af en toe geen financiële bijdrage geleverd wordt, wordt het voortbestaan onzeker. In onze parochie dragen een aantal mensen de gemeenschap met hun jaarlijkse geldbedrag (gezinsbijdrage). Een andere bron van inkomsten zijn de misintenties en de kaarsen. Voor deze laatste twee bestaan vaste ‘tarieven’. Overigens: we krijgen geen geld van Rome of Roermond (het bisdom). Aan dit laatste betalen we geld!

Bij het doopsel van kinderen wordt gevraagd om een bijdrage naar eigen goeddunken. Een aantal mensen bedenken de gemeenschap goed: zij voelen zich deel-nemende leden van onze gemeenschap. Anderen laten amper een tientje achter.

Dan vraag ik me wel eens af of die mensen de kerk niet zien als een supermarkt waarvan je moet profiteren als voor bepaalde producten de prijs is verlaagd: pik binnen zo lang het nog goedkoop is; of bij de doop: geef zo weinig mogelijk zo lang er geen vast tarief aan vast zit. Deze houding laat zien dat er weinig of geen interesse bestaat voor de gemeenschap: zorg dat het kindje zo goedkoop mogelijk gedoopt wordt want we hebben nog veel geld nodig voor de babyborrel. Wordt dan de (kerk)gemeenschap niet verlaagd tot een organisatie waarvan je gebruik wilt maken in geval je haar nodig hebt (zoals bijvoorbeeld de brandweer) en die je voor de rest niet interesseert, die je voor de rest links laat liggen totdat er weer iets nodig is?

Moeten we voor het doopsel dan ook een ‘prijs’ opgeven? Waarom niet gewoon uit jezelf zeggen: de doop van mijn kindje is best enkele tientjes voor de gemeenschap waard.

Hopelijk bestaat die gemeenschap nog als het kindje groot is.

René Graat mhm

pastoor

BRONK : MET EN VOOR ELKAAR

Op 9 juni, 30 juni en 14 juli vieren we weer onze jaarlijkse Bronken. Ramen worden gewassen, (voor)tuintjes geschoffeld en geharkt, de zondagse kleren opgeborsteld, de vlaggen gladgestreken, de bronkpaaltjes worden nagekeken en nog veel meer. We willen weten dat het Bronkzondag is.

Wij allemaal?

Er zijn mensen die menen dat ze geen échte Kermis hebben als ze niet eerst de Bronk hebben gelopen. Anderen denken daar misschien anders over. (Maar de meesten onder deze groep respecteren toch wat er gebeurt.) De Bronk is niet alleen een kerkelijk gebeuren maar ook een dorpsaangelegenheid. Het is niet alleen een voettocht die we maken door onze dorpen en langs onze velden, om zo een moment te beleven dat we ook met God verbonden zijn en daar eens over kunnen nadenken. De Bronk is ook alles wat er nà komt: bijpraten over van alles en nog wat, meestal met een glas in de hand. Tijdens de Bronk eren we God, daarna eren we elkaar.

Vanzelfsprekend vraagt dit om organisatie. De kern hiervan is al sinds heel lang in handen van de Jonkheid. Al is dit een traditie, we weten ook wel dat in de dagen voor en na de Bronk de Jonkheid heel wat op haar programma heeft staan. Daarom is het goed dat ze bij die organisatie hulp van anderen krijgen. Het is per slot van rekening ook een dorpsgebeuren. En wat de kerk betreft: is de Bronk niet een van die mooie uitdrukkingen van ons als een geloofsgemeenschap? We doen dingen samen. Toch zou het geweldig zijn als er nog enkele Jonkheidsleden – niet alleen bestuursleden – hun schouders willen zetten onder deze traditie, typisch van onze Heuvelland streek.

Niet iedereen viert of doet mee aan de Bronk op dezelfde manier: er zijn kleuters die onder de hoede van jonge vrouwen vrolijk mee huppelen, er zijn ook senioren die rustig een rollator voort duwen. Voor de mensen die tot de jaren van verstand zijn gekomen is een moment voor jezelf, van bezinning, rust, gebed misschien. Moge deze traditie nog lang blijven bestaan!

Ik wens ons allemaal een deugddoende Bronk!

René Graat mhm

pastoor

ZOALS DE OUDEN ZONGEN…..

Op Goede Vrijdag (19 april j.l.) was ik uitgenodigd op de paasviering van de leerlingen en leerkrachten van de Basisschool in Mheer. Zowat al onze kinderen zitten op die school. Veel van de kinderen ken ik en dat maakt het allemaal nog interessanter.

Voor zover ik kon zien, deden alle kinderen mee: van groep acht tot aan de kleuters. En wat deden ze? Ze speelden (net zoals bij de Passiespelen in Tegelen) de laatste week van Jezus Christus vanaf palmzondag tot aan zijn verrijzenis. Ze deden dat op hun eigen manier (dat is de beste, denk ik) met muziek, woord en dans. Wat me opviel was het gemak en het plezier waarmee ze dat deden: het kwam heel spontaan voor de dag. Ze hadden er duidelijk allemaal schik in.

Ik weet niet van wie de ideeën kwamen; in ieder geval hebben de deelnemende kinderen die spelenderwijs overgenomen. Waarschijnlijk zullen er wel enkele leerkrachten de hand in gehad hebben. Ze hebben aan de leerlingen gegeven wat ze te bieden hadden. En de kinderen weten nu dat Pasen iets te maken heeft met Jezus die vanuit de dood weer tot leven kwam.

In hun spel was ook sprake van vriendschap (en het tegendeel daarvan), hulp aan anderen en vooral: elkaar aannemen. Dit laatste gebeurde bewust of onbewust, dat weet ik niet, maar het gebeurde. Waarschijnlijk omdat oudere mensen hen daarop gewezen hadden …. Ik voelde echt een open en constructieve sfeer waarin iedereen opgenomen was. Heel inclusief, voor iedereen – gewoon katholiek.

Het bleef niet alleen bij woord, zang en spel. De kinderen kwamen ook allemaal met het door hen bij elkaar gesprokkelde geld voor de Vastenaktie.

Dat bleek bij telling te zijn € 631,- .  Geweldig!!!

Met mijn beste wensen,

René Graat mhm

pastoor

 

VASTEN OF VASTER ?

Volgens een woordenboek betekent ‘vasten’: “zich onthouden van eten of drinken” – dus iets niet doen. In de katholieke kerk geeft dit woord ook de periode aan van Aswoensdag tot Pasen (40 dagen – als je de zondagen niet meerekent). De redenen waarom iemand zich onthoudt van eten, drinken, roken, snoepen, enz. kunnen verschillend zijn. Als het alleen maar gaat om iets te laten omdat dit een gewoonte zou zijn in de aanlooptijd naar het Paasfeest dan zie ik daar het nut niet van in, tenzij het gaat om gezondheids vasten (op bijvoorbeeld gewicht kwijt te raken).

De periode waarover we het hebben is een tijd waarin we – naar het voorbeeld van Jezus in de woestijn – uitgenodigd worden om ons te bezinnen, eens goed na te denken over bepaalde waarden in je leven. Eén daarvan zou kunnen zijn je relatie, met je partner, je kind, ouder, Jezus Christus, een collega, clubgenoot…. Kun je die verbeteren door bepaalde voor/oordelen ‘af te schaffen’ of bij te stellen? Of nagaan wat er in de afgelopen tijd in je leven allemaal is aangeslibd aan modder die tot niets (meer) dient: sleur, inhoudloze gewoontes, vastgeroeste meningen (voor / oordelen), negatieve houding naar christelijke waarden zoals naastenliefde, vergeving, geduld, tolerantie.

Dit soort bezinning is niet voor de poes. Dit vraagt nogal wat: eerlijkheid met jezelf en naar anderen. Die laatsten zou je eventueel nog kunnen belazeren maar jezelf niet! Aangeslibde gewoontes loslaten kan wringen, toegeven dat je hier en daar verkeerd geweest bent en dat er dingen verbeterd moeten worden, dat valt ook niet altijd mee.

Om mezelf te steunen bij dit ‘project’ helpt het om mijn eet- en drinkgewoontes te versoberen. Dit herinnert me eraan om alert te blijven in deze tijd en om me regelmatig, door de dag, te concentreren op en te denken aan mijn voornemens. Kortom: het vasten helpt me om bij de les te blijven.

De bedoeling van dit alles is vaster te komen staan in mijn relaties maar ook om meer helderheid te krijgen in m’n leven, mijn doen en laten. Naar het voorbeeld van Jezus Christus. Uiteraard moet je daar wel wat tijd in steken door de dag. Ook dat kan al een extra inspanning vragen.

De versobering in eten en drinken spaart natuurlijk wel geld uit. Dat (uit)gespaarde geld kan ik geven aan noodlijdende mensen. In onze drie parochies bestaat de mogelijkheid om dat te doen via de Vastenaktie. Een geweldig voorbeeld daarvoor zijn onze kinderen op de Basisschool. De afgelopen twee jaren hebben die geweldig bedragen bij elkaar gesprokkeld!

Ik wens jullie allemaal een vruchtbare vasten- en Paastijd toe.

René Graat mhm

pastoor

 

ACHTER IN DE KERK

Niet alle informatie wordt doorgegeven via computer, I-pad, mobiele telefoon, en zo. Soms gebeurt het dat informatie wordt geschreven op een stuk papier en dan laat men dit lezen in een krant, een (reclame)folder, op de Den – of achter in de kerk. Als u daar naar binnen komt (of uitgaat) ziet u er allerlei blaadjes, folders, kleine boekjes of zoiets. Er kan interessante informatie bij staan. Stel dat u een warenhuis binnenloopt in een grote stad. U zult daar echt niet de hele zaak leeg kopen. U neemt er in elk geval de tijd voor om het een en ander te keuren en uiteindelijk te kiezen. Alleen als u iets aantreft wat u interesseert, zult u het aanschaffen. Als de prijs en uw beurs dat toelaten.

Achter in de kerk treft u alles gratis aan.

Tenzij – zeer zelden – anders vermeld.

Natuurlijk is niet al het leesmateriaal interessant voor iedereen. Maar soms liggen er blaadjes/bladen die je verrassen. Daar kom je wel achter als je de tijd neemt om er even door heen te neuzen. Of je er wijzer van wordt, daar kom je later wel achter. Je wordt er in geen geval dommer van.

Bovendien is niemand van ons te oud om nog wat bij te leren.

En voor de prijs hoef je het niet te laten….

Veel leesplezier!

 

René Graat mhm

Pastoor

DEELNAME

In steden worden meer kerken gesloten als in dorpen. Zijn dorpen dan financieel rijker als steden? Dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er in (onze) dorpen meer gemeenschapszin te bespeuren valt als in menige stad. Zou het dan niet goed zijn om dat gevoel ook levend te houden? Verenigingen, clubs, sociëteiten, enz. leven dankzij de leden die naar bijeenkomsten, vergaderingen en vieringen komen. Als er niemand meer komt, houdt de vereniging vanzelf op te bestaan.

Een tijdje geleden zei ik in een van onze kerken dat ik je persoonlijke band met Jezus Christus belangrijker vind als elke zondag naar de kerk te gaan. De zondagsviering heb ik daarmee helemaal niet aan de kant willen schuiven. Integendeel. Het is een kwestie van en/en, niet van of/of.

In onze parochies proberen we elke zondag met een aantal mensen (kosters, misdienaars, acolieten, zangers/zangeressen, lectoren, bloemverzorgsters en nog anderen) een viering aan te bieden voor onze gemeenschappen. Dat kan een eucharistie viering zijn of een woord- en communieviering. Daar komen we bijeen om ons geloof en onze gemeenschap te vieren – en daarmee te versterken. Heel belangrijk daarbij vind ik dat de leden van onze gemeenschap daaraan deelnemen. Dat wil zeggen: je bent uitgenodigd om mee te zingen, mee te bidden, mee te denken. Jouw deelname zal mede het gehalte van de viering bepalen. In die mate dat je (zèlf écht) deelneemt, zul je ook iets meekrijgen van deze bijeenkomst.

Een jaar of 50 en meer was het de gewoonte voor katholieken om zowat elke zondag naar de kerk te gaan. Het werd door een aantal mensen ook ervaren als een verplichting. (Als dit laatste het geval is, dan schieten we ons doel natuurlijk finaal voorbij.) Maar het is misschien zinvol om eens na te denken over dit: soms iets doen waar je geen zin in hebt maar waarvan je voelt/weet/meent dat het toch goed is om te doen, is dat verkeerd? Wie bepaalt het antwoord hierop? De buurman, een journalist of collega – of jij zelf?

Ik wens jullie een vruchtbare zoektocht.

René Graat mhm,

pastoor

 

KERSTKAART

We hebben pas geleden Kerstmis (en Nieuwjaar) gevierd. In die tijd hebben we elkaar veel goeds toegewenst. Dat deden we op allerlei manieren: al pratend, per e-mail of een ander middel van de sociale media, per kaart via de post of met een handdruk.

De goede wensen zijn eigenlijk voor het hele jaar.

Maar over enkele weken – of minder – zijn we die wellicht vergeten. Zou het daarom misschien een idee zijn om één kerst/nieuwjaarskaart te laten hangen waar die nu hangt tussen al de andere die binnenkort naar de oud papier doos verhuizen? Om je eraan te herinneren dat je anderen iets goeds toewenst.

Om voor iemand anders een plek te zijn waar die ander zich, al is het maar even, thuis kan voelen – ook tijdens de nalente of de zomer. Om een plek te zijn waar liefde is, waar de ander mag zijn wie hij of zij is. Ook in de herfst of in de winter.

Waarom? Met Kerstmis hebben we herdacht dat God onder ons is gekomen en dat Jezus de norm van het leven is voor hen die zich christenen noemen.

Van 1 januari tot en met 31 december.

Vandaar die kerstkaart. Een reminder, ofwel: herinnering om iets te doen.

Namens de andere leden van het parochiebestuur, wens ik jullie allen een gezegend 2019!

 

René Graat mhm

pastoor

GELD: DOEL OF HULP/TEKEN?

Volwassen mensen nemen de verantwoordelijkheden op zich die horen bij de keuzes die ze maken. Als je ervoor kiest om bij een gemeenschap te horen, dan hoort daar ook bij dat je positief en constructief wilt bijdragen aan het leven en de ontwikkeling van die gemeenschap. Ik heb het over onze geloofs-gemeenschap die probeert hand en voet te geven aan de boodschap van Jezus Christus en die een gemeenschappelijk geloof samen beleeft. Daarbij staat “gemeenschap” voorop en daarbij is “organisatie” dienstbaar aan de gemeenschap. 

Bij die organisatie hoort ook financiële ondersteuning. Met uw (gezins)bijdrage kan onze gemeenschap verder gaan met haar werk. Dat is al heel wat jaren zo bewezen. Toch zijn er mensen die menen dat de ‘kerk’ genoeg geld heeft van zichzelf en dat Rome (?) geld zat heeft, vanuit bronnen waarvan sommigen een bestaan vermoeden maar die er in feite helemaal niet zijn. Ik word soms pijnlijk getroffen door mensen die proberen maximale diensten uit onze gemeenschap te halen voor minimale bijdragen.

Komt dit niet neer op je eigen beurs bestelen? 

We zijn – of proberen te zijn – een gemeenschap waar nou eenmaal ook geld voor nodig is. 

Hen, die menen dat “de kerk geld genoeg heeft”, verwijs ik naar de vele parochies waarvan de kerken gesloten zijn… 

Lang geleden toen jonge mensen nog trouwden vanuit het ouderlijk huis – toen men nog niet ging samenwonen voor het huwelijk – bestond de regel: als een gezin (minstens 4 jaar) had bijgedragen aan de gezinsbijdrage, dan hoefde men niet te betalen voor de huwelijksmis. Tegenwoordig wonen mensen samen vóór de huwelijksviering – ook omdat daar een financiële basis voor is. Daarmee kunnen ze ook, als ze dat willen, bijdragen aan de geloofsgemeenschap. 

Er zijn heel wat vrijwilligers in onze parochies die hun tijd en energie beschikbaar stellen voor de gemeenschap. Gratis. Dat spaart veel geld uit. Ik hoop dat mensen hierdoor aangezet worden om mee te (gaan/blijven) doen aan de gezinsbijdrage. Geld zegt niet alles, maar het is toch een teken van jouw/uw deelname aan onze gemeenschap. 

Namens het parochiebestuur wens ik u allen zinvolle kerstdagen en een gezegend nieuw jaar. 

René Graat mhm

pastoor

UITDAGING OF UITZICHTLOZE ZORG?

Er zullen niet al te veel mensen zijn die met hun kennis van de basisschool of die van de onderbouw van het middelbaar onderwijs naar een baan gaan solliciteren. Als ze dat wèl zouden doen, dan zullen ze toch erg beperkt zijn in hun keuzemogelijkheden. Ik denk dat veruit de meesten nog wat meer proberen te leren voordat ze hun verdere toekomst beginnen uit te stippelen.

Als ik luister naar wat mensen weten – en te vertellen hebben – over geloven, God, kerk, Evangelie, geloofsgemeenschap enz. dan verbaast het me nogal eens dat hun kennis daarover niet veel verder gaat als dat wat ze tot + hun vijftiende hebben opgestoken. Iets te doen aan het gebrek aan bereidheid om meer te weten te komen over Jezus Christus en zijn boodschap – het Evangelie – is voor mij vandaag de dag de grootste uitdaging – al moet ik in alle eerlijkheid ook zeggen: vaker als eens is het een zorg die me ’s nachts wakker houdt en waarop ik het antwoord niet weet.

 Als u wilt, sla er dan nog maar eens mijn artikel van vorige maand op na: “wie bepaalt wat?”: www.clusterterlinden.nl en klik op clusterinformatie en woord van pastoor. 

René Graat, mhm

pastoor

WIE BEPAALT WAT?

Tijdens de weekeind vieringen van 15/16 september j.l. ging het in de kerk over een vraag die Jezus stelde/stelt aan de mensen die hem volgen: “Wie ben ik voor jou?” (Mc. 8, 29). Op die vraag kun jij alleen antwoorden. Niemand anders kan dat in jouw plaats doen. Anderen kunnen je misschien inspireren, maar op deze vraag, waarvan je hele geloof afhangt, kun je alleen reageren vanuit het diepste van je eigen hart.

Ik hoor nogal eens de opmerking: ik wil op mijn eigen manier bepalen hoe ik met mijn geloof omga. Daarmee geven mensen aan dat ze niets opgelegd willen krijgen van buitenaf.

Inspiratie, misschien, maar geen regels. Zelf denk ik dat God het niet anders zou willen. Ik schrijf u dit omdat ik bovenstaande vraag van Jezus Christus van leven gevend belang vind. Maar ook omdat het antwoord daarop vertroebeld kan worden door totaal verkeerde gebeurtenissen in de katholieke kerk die de laatste tijd vaak in het nieuws komen. Wat betreft de mensen die zich schuldig maken aan kindermisbruik, daar heeft Jezus geen goed woord voor over: “Wie een van deze kinderen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.” (Mt. 18, 6). Nergens anders in het Evangelie is Hij zo hard. Daarom is het zo onbegrijpelijk dat mensen die hadden moeten (en kunnen) ingrijpen, dat niet gedaan hebben.

Kan het gedrag van anderen mijn diepste overtuiging ondersteboven halen? Vooral als het gaat over die allerbelangrijkste vraag van Jezus Christus?

Velen van ons zijn geschokt, hebben vertrouwen in bepaalde mensen verloren en er zijn veel vragen en de nodige twijfels achter gebleven.

Net zo min als ik me door iemand anders zinloze wetten laat voorschrijven, zal ik ook mijn diepste overtuiging niet opgeven vanwege de schandalen van anderen.

René Graat, mhm

pastoor